Home >> Artikelen >> Bosbeheer in de Vlaamse Ardennen

Artikelen

Excursie KNBV 18-20 april 2013

Bosbeheer in de Vlaamse Ardennen

Een Verslag van de Commissie buitenland
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Met een bescheiden maar zeer gemotiveerde groep van 10 bosbouwers togen wij op donderdag 18 april naar de Vlaamse Ardennen. Wij konden kwartier maken in de jeugdherberg Tournai waar we opgewacht werden door krioelende schoolkinderen. De volgende dag op naar Oudenaarde waar het regiokantoor van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid is gevestigd. Wie denkt aan een met inlands hout gepotdekselde blokhut, verfraaid met hertengeweien regiokantoor kwam bedrogen uit. Wij kwamen terecht op een industrieterrein tussen loodsen en een showroom van BMW automobielen. Daar zat in een grote loods het kantoor en ontvangstcomité van jonge en getalenteerde medewerkers. De regiobeheerder van Zuid-Oost Vlaanderen Xavier Coppens, was onze gastheer. Hij had de verantwoording over het agentschap voor Natuur en Bos, een gebied van 2600 ha versnipperd over vele locaties, inclusief 4 boswachters en 8 arbeiders. Het industrieterrein dat centraal ligt aan een goede uitvalsweg was een weloverwogen keuze. Het past bij de doortastendheid van een jonge generatie bosbouwers.

Xavier Coppens
Xavier Coppens

Hieronder enkele indrukken van de vele objecten die we gezien en besproken hebben tijdens deze excursie.

De ruimingpistes: Er wordt heel veel zorg besteed aan de voorbereiding van de exploitatie van de te vellen bosopstanden. De terreinen en hellingen zijn kwetsbaar voor insporing en erosie. Daarom wordt eerst een exploitatieplan gemaakt. Daarin worden de stapelplaatsen voor het te oogsten hout aangewezen. Dit zijn bij voorkeur vaste stapelplaatsen, bepaald op afmeting en hoelang en hoeveel kubieke meters erop aanwezig mogen zijn. Met GPS worden alle exploitatiewegen en de ruimingpistes op de kaart vast gelegd. De uitsleeppaden zijn 4 meter breed. Op de hellingen wordt in het zware loofhout met de motorzaag geveld. Uitslepen gebeurt met een rupskraan met lier tot (max. 25 ton). Deze is inzetbaar met lading tot 5% helling (lieren en slepen), daarboven ontstaat het gevaar voor schuiven. Lieren wordt in de regel gedaan met 40 meter stalen of kunststof kabels. De pistes liggen dan ook ongeveer 40 meter uit elkaar. 25 Ton gewicht komt overeen met ca. 450 g/cm² gronddruk , dat is de bodemdruk van een rund. Uitsluitend op de exploitatiewegen mag een bosbouwtractor tot maximaal 12 ton ingezet worden. De hellingen en instabiele bodems kunnen makkelijk kapot gereden worden wat een bron van erosie en geulvorming tot gevolg kan hebben. Het kruinhout dat overblijft na de exploitatie wordt op hopen gelegd op aanwijzing van de boswachter. Het opstapelen van kroonresten in takkenhopen komt de biodiversiteit ten goede, zeker als ze dan ook nog door de zon beschenen worden, de zogenaamde ‘hotspots’.

De excursiegroep
De excursiegroep

Verjonging vindt plaats o.a. door kaalkap van plekken van een half tot 3 ha. Daarboven is een milieu-effectrapportage verplicht.

Roodgerande Houtzwam
Roodgerande Houtzwam (Fomitopsis pinicola)

Zoals de botanische naam al weergeeft komt deze soort veel voor op naaldhout en dan van nature ook nog in bergstreken. Deze niet inheemse soort is waarschijnlijk meegekomen met aangeleverde naaldhoutpaaltjes, en vestigt zich hier op afstervend loofhout.

Een geregistreerde autochtone haagbeuk
Een geregistreerde autochtone haagbeuk aan de rand van het Brakelbos. Dit is een van de erkende oogstbomen waarvan het zaad per kg verkocht wordt met een locatie-certificatie.
Beukenbos in de Vlaamse Ardennen
Er is een opvallend groot aandeel beuk waar te nemen in de Vlaamse Ardennen.

Er is een opvallend groot aandeel beuk waar te nemen in de Vlaamse Ardennen. Dit heeft te maken met beide wereldoorlogen. In de eerste en tweede wereldoorlog zijn er ware kaalslagen gepleegd door de bezetter. Ter oorlogscompensatie is er door de Duitsers beukenbosplantsoen beschikbaar gesteld om de vlaktes weer opnieuw in te planten. Met gericht dunnen en vellen in bepaalde zones van het bos moet op termijn een meer gevarieerd loofbos, met naast beuk ook kers, eik en es ontstaan. Oude bomen zijn bijna allemaal gekapt in oorlogstijd behalve hier en daar op adellijke bezittingen. Er is ons een interessante vleermuizenexcursie met een expert aangeboden, maar hoe wij ook in het donker met sonorapparatuur de omgeving afzochten, bij een minimum temperatuur van 3 graden boven nul liet geen enkel vleermuis zich horen of zien. Ook konden wij een prachtige voorjaarsflora van de boshyacint in het muziekbos beleven. Maar helaas was de koude periode voorafgaand aan deze excursie een spelbreker. Het mocht de pret niet drukken, al met al was het een uitstekende excursie.

Bos met Bosanemoon
'Maar wel bosanemoon'

Jan Erftemeijer

Kort verslag excursie KNBV Vlaamse Ardennen, zaterdagochtend 20 april van Joop Spaans

Sint Pietersbos

Het Sint Pietersbos bevat 250 ha bos en aanpalend ligt een in de komende jaren te verwerven Natura 2000 gebied bestaande uit heide, ruigtes, schraalgraslanden en leemakkers. Hier is ook bosuitbreiding gedacht. Dit zoekgebied is groot 400 ha.

Het Sint Pietersbos, gelegen op de taalgrens, bevat veel dikke en oude bomen, veelal beuk, en dit is relatief zeldzaam in Vlaanderen. De oorzaak is gelegen in het feit dat in de Tweede Wereldoorlog (bezittingen van) adellijke families door de bezetter werden ontzien, zo ook dit bos dat toen der tijd particulier bezit was.

Het Bosdecreet uit 1991 benoemt het Sint Pietersbos tot bosreservaat.

De boskern, groot 35 ha, heeft een wetenschappelijke functie. Deze kern maakt onderdeel uit van een netwerk van onbeheerde bossen, waar, na het uitvoeren van beheermaatregelen gericht op het verwijderen van exoten, geen werkzaamheden meer worden uitgevoerd anders dan onderzoek. Van het Sint Pietersbos waren geen wetenschappelijke gegevens bekend op het gebied van flora en fauna. Op dit moment voert ecologisch adviesbureau Anthea diverse onderzoeken uit. Dit gaat uiterst nauwgezet. Het is te beschouwen als een nulmeting waar bijvoorbeeld jaarrond onderzoek gedaan wordt naar de paddenstoelenflora. Aan de hand daarvan is ook af te leiden in welk stadium van vitaliteit de bomen zich bevinden en het ontwikkelingsstadium van de bosbodem. Het onderzoek wordt gefinancierd door INBO, deze programma's lopen al sinds 2000. Aanvankelijk had men 3 fte voor wetenschappelijk onderzoek en 3 fte voor veldwerkers. Deze ambitie heeft men naar beneden bij moeten stellen tot respectievelijk een en twee medewerkers.. Het zijn ook geen dertig bosreservaten meer maar op dit moment vijftien. Het streven is er op gericht elk tien jaar te reservaten te monitoren.

Rond de boskern is ruimte voor andere vormen dan het nulbeheer. Hier is ruimte voor houtoogst, of beheer gericht op het behouden van planten- of dierensoorten. Een voorbeeld hiervan is de mispel, die in de boskern voorkomt, maar door diverse oorzaken daar achteruit zal gaan (geen bosrand- of struweelbeheer meer). De soort is in deze contreien al bekend van af de middeleeuwen en altijd in het beheer ontzien/beschermd. Gezocht wordt naar mogelijkheden buiten de boskern om deze soort te behouden.

De komende jaren voert men een zogenaamd startbeheer (in Nederland: kwaliteitsimpuls) om de boskern, het reservaat, en de omliggende gebieden geschikt te maken en te krijgen. Uiteraard zijn er beheerplannen in de maak voor elk bosreservaat.

Een goed voorbeeld waarin tijdens de fase van het startbeheer problemen kunnen ontstaan, kwam ter sprake in het Muziekbos. Een deel van de bomen bestaat daar uit Amerikaanse eik, zeer hoge bomen, zich uitzaaiend, exoot, en dus ongewenst. Anderzijds bleek uit onderzoek dat deze –oude- bomen van belang zijn voor bepaalde soorten vleermuizen, en om het nog een graadje erger te maken, een soort vleermuis die uitgerekend in deze omgeving alleen voorkomt. Het weghalen ten gunste van de boskern, betekent dus direct het vernielen van een belangrijk biotoop, hetgeen zich niet verhoudt met de flora en faunawet. Hoeveel tijd krijgt men? En hoeveel tijd heeft men nodig om aan de doelstellingen te voldoen?

Reacties

Er zijn nog geen reacties.