Home >> Artikelen >> Bosomvorming: kapitaalsvernietiging of natuurlijke noodzaak?

Artikelen

Aardhuissymposium 2012

Bosomvorming: kapitaalsvernietiging of natuurlijke noodzaak?

Een Verslag van de Activiteitencommissie en Kroondomein Het Loo door door Renske Terhürne
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Op 8 maart vond het inmiddels welbekende Aardhuissymposium plaats. Het thema van dit jaar was bosomvorming, waarbij de vraag gesteld werd of het doel (behoud of creatie van open natuurtypen) de middelen heiligt. Hoewel het omvormen van bos naar andere natuurtypen geen nieuwe trend is, is het thema in het licht van de nieuwe Natuurwet wel degelijk actueel. Dat bleek ook uit de opkomst: voor het eerst in de geschiedenis van het Aardhuissymposium werd het maximaal toelaatbare aantal van honderd aanwezigen gehaald.

De middag begon met een overzicht van de cijfers. Jan Oldenburger van Stichting Probos liet zien hoeveel er in Nederland daadwerkelijk ontbost, bebost en omgevormd wordt. Daarbij werd al snel duidelijk dat er maar weinig gegevens beschikbaar zijn. De cijfers die er wel zijn, spreken elkaar tegen of zijn niet volledige betrouwbaar. Op basis van wat er wel bekend is, kan worden geconcludeerd dat het wel meevalt met de bosomvorming in Nederland. Er wordt weliswaar zo'n 700 ha bos per jaar omgevormd naar korte vegetaties, maar er wordt ook bijna net zoveel korte vegetatie weer bos. Moeten we ons dan wel zo druk maken om die bosomvorming? Qua oppervlakte dus niet, maar het ene bos is het andere natuurlijk niet. Soms verdwijnt er economisch rendabel bos, terwijl er elders een vliegdennenbos terug komt. Dit valt niet zomaar tegen elkaar weg te strepen. Het heeft dus wel degelijk zin om na te denken over nut en noodzaak van bosomvorming.

De tweede spreker, Chris Bakker van Utrechts Landschap, benaderde het thema eerst vanuit biodiversiteitsoogpunt. Hij liet zien dat op Europees niveau de Nederlandse natuur vooral meetelt als het gaat om korte vegetaties. De bossen hebben veel minder waarde. Een snelle test in de zaal toonde echter aan dat boslandschappen qua beleving veel hoger scoren dan open landschappen. Het is geen probleem als er gewerkt wordt in het bos, maar complete omvorming is beduidend minder populair. Indien vooral gekeken wordt naar beleving, dan is er zeker iets te zeggen voor behoud van bossen. Wordt er toch omgevormd dan is goede communicatie essentieel.

Even later werden de bosbouwers in de zaal door Bart Nyssen van Bosgroep Zuid Nederland met de neus op de feiten gedrukt: omvormingen blijven nodig zolang bosbouwers hun werk niet goed doen, zo luidde zijn stelling. Biodiversiteit heeft namelijk (ook) open plekken nodig. Volwassen natuurbos biedt die open ruimtes vanzelf. Maar voor natuurbos zijn er grote oppervlaktes bos nodig en voldoende tijd. Door goed bosbeheer kunnen we het bos en de biodiversiteit helpen. Doen we dit niet, dan resulteert dit "slechts" in gesloten bos en blijven grootschalige omvormingen nodig. Wat Bart Nyssen bovendien aanstipte, is dat omvorming ook politiek vaak goed scoort. Omvormingsprojecten bieden de mogelijkheid voor bestuurders om "lintjes te knippen", langdurige stabiliteit in het bos niet. Dat de politiek een belangrijke rol speelt bij bosomvorming liet ook Meino Lumkes van de Provincie Drenthezien. In de jaren negentig werd het bosoppervlak in Drenthe aanzienlijk uitgebreid. Het provinciaal bestuur zag dat bos veel opleverde, zowel door houtproductie als door de bijdrage aan recreatie en toerisme. In 2007 kwam er een andere gedeputeerde. Er werd een ambitiekaart opgesteld voor natuur en de provincie ging de realisatie van deze ambitiekaart actief faciliteren. Dat betekende dat er ineens bosomvorming gestimuleerd werd, waar dit voorheen niet aan de orde was.

Nadat de vier sprekers hun licht op de zaak hadden geworpen, was het de beurt aan de zaal. Menig bosbouwer in de zaal miste de financiële benadering van de bosomvorming. In feite is er sprake van kapitaalsvernietiging. Het algemene gevoel was dat we ons dat in de huidige economische crisis niet kunnen permitteren. Weliswaar leveren de open landschappen ook veel op (bijvoorbeeld in de vorm van ecosysteemdiensten en hogere subsidies), maar het is niet duidelijk of deze baten hoger zijn dan bij bos en of dit dan de afnemende productiefunctie compenseert.

Ook over het onderwerp communicatie werd nog verder doorgepraat. Er werd, terecht, opgemerkt dat het bij grootschalige omvorming niet voldoende is om er 'even' een communicatieplan tegenaan te gooien. Burgers zijn namelijk heel lokaal gericht en staan vaak niet open voor argumenten die te maken hebben met een hoger schaalniveau. Je moet ze actief betrekken bij initiatieven en je plannen niet als vaststaand gegeven presenteren, maar ze gebruiken als aanleiding om in gesprek te raken met betrokkenen.

Gedurende het symposium werd duidelijk bosomvorming vele kanten heeft en dat het ook na al die jaren dat we er al mee bezig zijn nog veel discussie oproept. Er is in elk geval nog werk aan de winkel. Niet alleen moeten bosbeheerders (nog) beter hun werk doen in het bos, aldus één van de sprekers, maar ook zouden ze zich sterker moeten maken voor de zorg voor de groene ruimte als geheel, zodat het bestaansrecht van bos versterkt wordt. Dit 8e Aardhuissymposium leverde in elk geval weer de nodige inspiratie op om aan de slag te gaan!

Download

Reacties

Er zijn nog geen reacties.