Home >> Artikelen >> Bosverjonging in dennenbos, noodzaak of toch niet?

Artikelen

Verslag voorjaarsexcursie Pro Silva 2011

Bosverjonging in dennenbos, noodzaak of toch niet?

Een Verslag van Pro Silva door Anton Vos, Bas van de Wiel, René Olthof en Etiënne Thomassen
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

De voorjaarsexcursie heeft plaatsgevonden in de grootschalige vooral naoorlogse dennenbossen van gemeente Boxmeer. Het Pro Silva-uitgangspunt "€˜continuïteit"€™ stond 3 dagen centraal. Discussies werden gevoerd rond de thema"€™s: aandacht voor de volgende generatie, blijvende houtoogstmogelijkheden en behoud bestaande kwaliteit.

In de ochtend zijn twee excursiepunten bezocht, een 60-jarige en 90-jarige dennenopstand. In beide opstanden is ingegaan op hoe om te gaan met de huidige kwaliteit en hun toekomstverwachting. De houtwaarde zal met een stijgende diameter toenemen en op een bepaald moment afvlakken. Wanneer dit moment is, hangt af van de gemiddelde diameter van het oogstvolume en de houtkwaliteit. Zeker is dat niemand zit te wachten op dik hout zonder houtkwaliteit.

De eerste opstand bestond uit dennen met bijmenging van eik en een berkenondergroei. De dennen hadden een acceptabele groei maar een matige tot redelijke houtkwaliteit. Geconcludeerd werd dat de betere dennen blijvend vrijgesteld moesten worden omdat enerzijds de verwachting is dat kwalitatief goed hout in waarde zal blijven toenemen en anderzijds de genetische waarde van de opstand hiermee zal verbeteren. In de mindere opstandsdelen kon overwogen worden te gaan verjongen, eventueel met inbreng van hoger productieve soorten als Douglas. De aanwezige loofhoutverjonging zal wel voor hogere voorbereidingskosten zorgen. Doorgaan met de eik en de berkenondergroei vonden de meesten geen optie omdat de huidig ingeschatte lage kwaliteit in de toekomst onvoldoende rendement zou opleveren. Hun bijdrage aan stabiliteit en diversiteit werd wel als voornaam beschouwd. Tevens zorgt berk voor bodemverbetering en kan den onder berk verjongen. Ook een mogelijk interessant toekomstscenario!

De 90-jarige opstand gold als een doorkijk in de toekomst van de eerste opstand. Een gemengd eiken-dennenbos. Algemeen als ecologisch en visueel hoogwaardig ingeschat. De houtkwaliteit en bijgroei was matig maar de voorraad was ten opzichte van de 60-jarige opstand toegenomen. Dit laatste vooral door een toename van loofhout. Met een ander dunningsregime had de opstand meer kwaliteit en een hoger mengingsaandeel van den kunnen hebben. Een reden temeer om bij elke ingreep na te denken wat je aan de volgende generatie doorgeeft. Discussie in tweede opstand van de morgen.

Pro Silva voorjaarsexcursie 2011 opstand 2p1040055-4e9172a8b9ac2.jpg
Discussie in het 90 jaar oude dennenbos: verjongen of behouden? Foto Yves Martens

Wat betreft de keuze voor een goed verjongingsmoment kon geen blauwdruk gegeven worden. Er moet afwisseling en balans zijn in jong en oud bos. Een normaalverdeling van het bos kan hierbij een hulpmiddel zijn maar mag geen doel op zich zijn. Luister hierbij naar het bos en naar de huidige markt. Op elke leeftijd van het bos kunnen er redenen ontstaan om te gaan verjongen of nieuwe soorten in te brengen. Vanaf ca 60-jarig loopt de gemiddelde bijgroei per hectare terug maar er kan van uitgegaan worden dat op latere leeftijd vergelijkbare inkomsten uit het bos gegenereerd kunnen worden. Let daarom eerst op liquiditeit dan pas op rentabiliteit. Het oudere bos is stabiel, heeft een hoge belevings- en natuurwaarde en een stabiele voorraad. Minder vaak dunnen zijn minder opbrengsten maar ook minder arbeidskosten. En verjongen vraagt een behoorlijke investering in terreinvoorbereiding.

Als je besluit te gaan verjongen, hoe doe je dit dan? "€˜s-Middags werden drie locaties bezocht, ieder met een andere schaalgrootte qua verjongingsingreep. Allereerst een verjongingsgat van 3000 m2 in Corsicaanse den. Voor natuur en beleving een plus maar vanuit productieoogpunt werd er geoordeeld dat goedgroeiende Corsicaanse den bij een nog niet ideale diameter was opgeruimd. En ondanks een stevige investering in een nieuwe generatie stemden de eerste resultaten niet iedereen hoopvol. Een grotere verjongingsschaal zou voor bodemverwonding, verzorging en toekomstige houtoogst beter werkbaar zijn. De lichtinval werd voor het verjongen en de ontwikkeling van den als voldoende beoordeeld. Raadzaam werd geacht de concurrentie van berk regelmatig te controleren en indien nodig te verminderen. Het aantal overstaanders, "± 10 stuks, vond men teveel. Enerzijds omdat het grondvoorbereidende werk lastiger uitvoerbaar is en anderzijds vanwege de kans op toekomstige vellingsschade in de verjonging. Het vellen zou derhalve moeten gebeuren als de jonge dennen stevig genoeg zijn oftewel als ze groter zijn dan 10 meter.

Pro Silva voorjaarsexcursie 2011 opstand 3p1040064-4e917516d289b.jpg
Het gat in de Corsicaanse den. Foto Yves Martens

De tweede locatie was een verjongingsgat van 1000 m2. Opvallend was dat in een dergelijk klein gat de groveden massaal is verjongd. Minder opvallend was dat ook Douglas zich hier verjongd had. Om de succesvolle dennenverjonging toekomst te geven, moeten de randbomen tijdig geveld worden. Voor het krijgen van douglas in je bosbedrijf is deze verjongingsstrategie interessant. Kortom, ook een klein gat biedt toekomstmogelijkheden. Een klein verjongingsgat heeft als grootste nadeel dat het gemakkelijk in de vergetelheid raakt en daarmee geen duurzame bijdrage levert aan de toekomst van het bos.

Pro Silva voorjaarsexcursie 2011 opstand 5p1040074-4e917547ae51d.jpg
Wandeling door grootschalige natuurlijke verjonging. Foto Yves Martens

Tenslotte werd er een wandeling gemaakt door een combinatie van afdelingen die tezamen 15 ha groot waren. In deze afdelingen was 25% van de oppervlakte in één werkgang op grillige wijze verjongd. De zwaarte van de ingreep werd door velen niet als zodanig ervaren en als ecologisch waardevol en recreatief aantrekkelijk beschouwd. In het kader van "€˜continuïteit"€™ werd een verjongingsgolf als deze als een interessant toekomstscenario gezien. Door de grilligheid is er palet aan boomsoorten verjongd, zowel lichtboom- als schaduwboomsoorten. De houtoogst, verjonging, verzorging en latere dunningen konden en kunnen efficiënt uitgevoerd worden. Wel is er fors geïnvesteerd en gekapt bij een lage diameter. Een dergelijke beslissing moet daarom op bedrijfsniveau genomen worden en niet op opstandsniveau. Deze verjongingsingreep heeft plaatsgevonden op een relatief kleine oppervlakte (15 ha) en in het gehele Boxmeerse bosbedrijf is afgelopen 10 jaar niet meer dan 1% per jaar verjongd. Het heeft daarmee geen invloed gehad op de totale voorraad en bijgroei van de gemeentebossen. Een verjongingsingreep van 25% op een heel bosbedrijf zou te heftig zijn omdat het voor de natuur- en belevingswaarden maar tijdelijk effectief is, niet in een continu proces vol te houden is en de schaalgrootte de flexibiliteit in het beheer ontneemt. Dit soort verjongingsmaatregelen zouden dan ook mede vanuit andere doelstellingen dan alleen de financiële gedaan moeten worden. Vanuit productieoogpunt moet verjongd worden waar het bos het minst goed of slecht functioneert, zodat het mes aan twee kanten snijdt. Een laatste belangrijke kanttekening bij het versneld doorbreken van een uniform bosbeeld is dat er gekozen wordt voor het doorgaan met het dennenbos. Dit is een stilstand in de successie. Inbrengen van opvolgersoorten bij verjonging of onder ouder bos, is ook een mogelijkheid om uniforme dennenbossen aantrekkelijker te maken.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.