Home >> Artikelen >> De economische betekenis van het Nederlandse bos: meer dan hout alleen?

Artikelen

Aardhuissymposium 2013

De economische betekenis van het Nederlandse bos: meer dan hout alleen?

Een Verslag van de Activiteitencommissie door Annemieke Visser-Winterink
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Donderdag 7 maart jl. vond op Kroondomein het Loo voor de negende maal het Aardhuissymposium plaats. Dit jaarlijks terugkerende symposium, georganiseerd door de activiteitencommissie van de bosbouwvereniging en Kroondomein het Loo, had dit jaar als thema “de huidige economische betekenis van het Nederlandse bos”.

Het huidig economisch klimaat en het terugvallen van subsidiestromen vormen voor verschillende eigenaren aanleiding kritisch te kijken naar de financiering van het terreinbeheer. Onder leiding van dagvoorzitter Hank Bartelink werd door sprekers vanuit verschillende terreinbeherende organisaties ingegaan op de huidige economische betekenis van hun bosbezit. Tevens werd terug- en vooruitgeblikt naar de economische betekenis van de bossen 10 jaar geleden en over 10 jaar. Sprekers waren: Harrie Hekhuis (Staatsbosbeheer), Henkjan Kievit (Natuurmonumenten), Ben Huisman (Unie van Bosgroepen), Simon Klingen (De12Landschappen) en afzwaaiend opperhoutvester Jaap Kuper (Kroondomein Het Loo).

Meer aandacht voor hout en pionierswerk verder in de keten

Harrie Hekhuis gaat in op het bosbeheer bij Staatsbosbeheer. Ruim 10 jaar geleden werd het bosbeheer vormgegeven vanuit het Bosbeleidsplan (1994) en de nota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (2000). Dit was nadrukkelijk natuurbeleid dat werd vormgegeven door het verweven van functies (Geïntegreerd bosbeheer) met veel oog voor het publiek. Dit heeft geleid tot meer gemengd, aantrekkelijker bos met een hoger aandeel loofhout en dood hout. Deze ontwikkeling is gepaard gegaan met een terugloop van de bijgroei en beperkte aandacht voor bosverjonging, waardoor het productievermogen van de Staatsboswachterijen is teruggelopen. Door functies meer te scheiden wil Staatsbosbeheer in de toekomst de houtproductiefunctie van de bossen een betere plaats geven binnen het bosbeheer. Onder het motto “Niet altijd alles overal” wordt gericht aandacht gegeven aan natuurwaarden op kansrijke plekken, zodat elders het productievermogen verhoogd kan worden. Dit wordt vormgegeven door tot 80% van de bijgroei te oogsten en via het handhaven van doeldiameters. Bij het bereiken van de doeldiameter en/of terugloop van het bijgroeirendement (<2% van de staande voorraad) wordt overgegaan tot eindkap. Na kap wordt geïnvesteerd in natuurlijke verjonging en waar noodzakelijk aanvullende aanplant. Door exploitaties grootschalig aan te pakken, kosten te beperken en leveringszekerheid te bieden aan afnemers kan winst worden gemaakt. Naast het versterken van de productiefunctie in het bos wil Staatsbosbeheer de economische betekenis van het bos verhogen door een meerwaarde aan bosproducten mee te geven verderop in de keten. Dit wordt vormgegeven door bijvoorbeeld aanbieden van robuust buitenmeubilair en grafkisten.

Hout als bijproduct, maar het bos is meer!

Henkjan Kievit legt uit dat bij Natuurmonumenten houtproductie nooit een doelstelling is en ook nooit zal worden. Hout is een bijproduct van ingrepen in het bos om de natuurwaarde te verhogen. De economische betekenis van het bos ligt voor Natuurmonumenten dan ook veel meer in bos en natuur als decor voor bijvoorbeeld conferenties en verblijfsrecreatie. Door (luxe) conferentieruimtes, vakantiehuisjes en horecagelegenheden aan te bieden in een groene omgeving kan het bos vermarkt worden. Ook producten als wild en haardhout dragen bij aan de economische betekenis van bos. Het rendabel aanbieden van dergelijke producten vraagt echter wel een zekere schaal.

Versterken van de economische betekenis van bos door meer samenwerking

Ben Huisman van de Unie van Bosgroepen beschouwt de economische betekenis van het particuliere bos in heden, verleden en toekomst. Ook in het particuliere bos zijn in het verleden op veel locaties doelstellingen (succesvol) verschoven naar het verhogen van natuur- en belevingswaarden. Deze strategie heeft echter een terugloop van houtopbrengsten tot gevolg gehad. Door innovaties in het beheer door bijvoorbeeld QD-Methode, alternatieve beheerstrategie van Amerikaanse vogelkers en verdere automatisering door koppeling van werkplannen aan GIS en GPS handhelds kan beheer kostenefficiënter worden uitgevoerd. Daarnaast kan verder opschalen van beheer leiden tot hogere kostenefficiëntie. Dit kan door het bundelen van houtverkopen, maar ook door bosbeheer los te koppelen van bezit en te bundelen in regionale beheercoöperaties. Er is dus nog winst te halen op het gebied van houtproductie, maar het is ook van belang te onderkennen dat voor veel (kleinere) particulieren het totale terreinbeheer nooit kostendekkend uit de houtoogst betaald kan worden. Het is dus een uitdaging voor boseigenaren om ook op andere manieren geld te verdienen aan bos door de toegevoegde waarde van bos in de vorm van recreatie en toerisme, gezondheid, vestigingsklimaat en CO2-opslag slim te vermarkten. Veel van deze toegevoegde waarde slaat nu buiten de sector neer of valt buiten de reële economie. Door goed ondernemerschap, rekening houdend met vraag en aanbod en door samenwerken dient de particuliere boseigenaar deze uitdaging echter aan te gaan om terreinen duurzaam te kunnen financieren.

Bosbeheerders, rekent u niet rijk!

Simon Klingen bespreekt de huidige economische betekenis van het bos bezien vanuit De12Landschappen en deels vanuit zijn eigen visie. Met verwondering signaleert hij de toegenomen aandacht voor de houtproductiefunctie binnen de Nederlandse bossector. Wanneer gekeken wordt naar het aandeel dat de houtopbrengsten innemen bij de landschappen binnen de jaarlijkse omzet dient vastgesteld te worden dat dit ‘slechts’ rond de 5% zit, met een enkele uitschieter richting 10%. Daartegenover staan kosten met betrekking tot voorbereiding, houtverkoop, communicatie, wegenherstel, flora- en faunawetgeving en investeringen in bosverjonging. Hierdoor blijft onder de streep weinig financiële meerwaarde over. Wel wordt tegelijkertijd gewerkt aan bosbeleving en natuurwaarde. Kortom: ondanks winst voor het bos is de financiële winst beperkt. Wanneer gekeken wordt naar het belang dat de verschillende landschappen aan de belangrijkste bosfuncties (natuur, houtproductie en recreatie) hechten in respectievelijk verleden, heden en toekomst is een toenemende belangstelling voor de productiefunctie waar te nemen. Simon Klingen zet er echter vraagtekens bij hoe realistisch het voornemen is om de productiecapaciteit te verhogen. De afgelopen decennia is in veel bossen bewust het aandeel productieve uitheemse boomsoorten als Douglas en Japanse lariks teruggebracht om de natuurwaarde te verhogen en op veel plekken is bos omgevormd tot open natuurterreinen. Daarnaast vraagt houtproductie om investeringen, aandacht en vakkennis in het bos. Dit ontbreekt in zijn visie bij veel organisaties, mede door de bureaucratie waardoor vakmensen op kantoor zitten en er voor hen weinig tijd overblijft om in het bos te zijn.

De economische betekenis van bos is beperkt, maar niet problematisch

Ook Jaap Kuper tempert de verwachtingen met betrekking de economische betekenis van het Nederlandse bos. Wanneer gekeken wordt naar de economische betekenis van bos voor de maatschappij (hout, schoon water, CO2-vastlegging, recreatie etc.) kan deze ruwweg geschat worden op meer dan 33.000 €/ha gekapitaliseerde waarde. De marktwaarde van bos ligt echter maar op 15.000 €/ha en de LEI-cijfers tonen ons al jaren dat het bedrijfsresultaat van het (particuliere deel van het) Nederlandse bos rond de 0 €/ha schommelt. Wanneer daarnaast wordt vastgesteld dat tegenover de 33.000 €/ha maatschappelijke waarde slechts ca. 10 €/ha vanuit de maatschappij wordt bijgedragen in de vorm van beheersubsidies, kan geconcludeerd worden dat de economische waarde van bos nauwelijks bij de boseigenaar terecht komt en dat de maatschappij zich niet bereid toont deze waarden af te dragen. Ook op het Kroondomein blijft, na aftrek van alle kosten van bosbeheer in een urbane omgeving, weinig tot niks over van de houtopbrengsten. Dit zou beter kunnen door minder aandacht te besteden aan recreatie, natuur en draagvlak. Dit is (kennelijk) niet gewenst omdat voor boseigenaren voldoende niet-financiële waarden aan bos verbonden zijn welke groter blijken dan de rentederving van bos. Wanneer dit niet het geval zou zijn zouden boseigenaren immers massaal hun bos van de hand doen. Dit leidt tot de conclusie dat de economische betekenis van bos zeer beperkt is, maar ook dat dit niet als probleem wordt ervaren door boseigenaren.

Jaap Kuper tijdens zijn presentatie op het Aardhuissymposium
Jaap Kuper tijdens zijn presentatie op het Aardhuissymposium. Foto Renske Terhürne

Na afloop van de sprekers volgt discussie. Naar voren komt wederom dat men zich niet rijk moet rekenen door het verhogen van de productiefunctie, maar dat hier ook niet al te somber over gedacht moet worden. Op veel plaatsen wordt slechts 50% van de bijgroei geoogst, ook is veel bos nog jong en zal met de jaren productiever worden. Daarnaast werd door aanwezigen gewezen op het verschil tussen houtproductie en houtoogst. Het is gemakkelijk nu meer hout te oogsten en dit zal zonder meer leiden tot verhoogde houtopbrengsten op korte termijn. Houtproductie vraagt echter om investeringen waarvan de vruchten over 50 jaar pas geplukt kunnen worden. Het streven is nobel, maar de haalbaarheid bij veel terreinbeherende organisaties twijfelachtig.

Download

Reacties

Er zijn nog geen reacties.