Home >> Artikelen >> De III-landen excursie rondom Vaals en Aken 2008

Artikelen

De III-landen excursie rondom Vaals en Aken 2008

Een Verslag van de Commissie buitenland door Hans Schilders, Bernard Rouffaer, Joop Spaans en Marc de Wit
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Donderdagochtend om negen uur verzamelt een aantal leden van de Koninklijke Bosbouwvereniging zich voor het NS-station van Nijmegen. In een busje met een welgevulde lunchmand gaan we op weg naar het zuiden, met als doel in twee dagen het bosbeheer van drie landen te vergelijken: Nederland (Zuid-Limburg), België (Herzogenwald van Walonië) en Duitsland (Hürtgenwald, Nordrhein-Westfalen): de III-landen excursie van de Commissie Buitenland van de KNBV gaat van start! Op een afgesproken parkeerplaats langs de rijksweg zullen we de resterende leden ontmoeten die met hun auto"€™s hiernaar toe gereden zijn om te voorkomen dat grote afstanden dubbel afgelegd moesten worden. Na een goede lunch rijden we met alle 16 excursiegangers richting België voor ons eerste excursieland.

Bezoek aan het Westelijk Herzogenwald

Donderdag namiddag 9 oktober 2008

De afspraak was dat we hier op deze wat afgelegen parkeerplaats op de rotonde van Drossart, de houtvester dhr. Yves Pieper ontmoeten. Precies op het afgesproken tijdstip komt de houtvester aanrijden. Na een hartelijke begroeting en een achteloos vragen welke voertaal we zullen gebruiken, Frans, Duits, Engels of Nederlands, besluiten we te kiezen voor het Nederlands. Dan neemt hij ons mee door het Westelijk Herzogenwald.

Herzogenwald.
Herzogenwald.

Geografische situatie

Het Westelijk Herzogenwald maakt deel uit van de houtvesterij Verviers en is een staatsdomein. Het Belgisch koninklijk huis heeft hiervan de jachtrechten. De oppervlakte bedraagt 6350 ha, in een groter geheel van meer dan 50000 ha bos aan de oostgrens van België. Het Westelijk Herzogenwald ligt aan de
noordwestelijke kant van het natuurreservaat Hoge Venen (Hautes Fagnes).

De grenzen van het Westelijk Herzogenwald:

  • in het zuiden de Hoge Venen;
  • in het Oosten de vallei van de Helle (dit was voor de 1e wereldoorlog ook de grens tussen België en Duitsland);
  • in het noorden de Weser (Vesdre) en de stad Eupen;
  • in het westen de vallei van de Gileppe en het stuwmeer van de Gileppe.

Reliëf en klimaat

De hoogte varieert van 240 meter boven zeeniveau in de vallei van de Vesdre tot 600 meter aan de Hoge Venen. Het bos wordt in twee delen gedeeld door de Soor die uitmondt in de Helle. Er bestaat een ondergrondse leiding van de Soor naar het stuwmeer van de Gileppe. Het bos wordt opgedeeld in het lage deel (240-350 meter), het middendeel (350-500 meter) en de hoge Ardennen (> 500 meter). Het klimaat is zeer verschillend tussen het lage en het hoge deel.

LAGE ARDENNEN HOGE ARDENNEN
Gemiddelde temperatuur 8"°C 6"°C
Gemiddelde neerslag 900 mm 1400 mm
Aantal dagen zonder sneeuw 210 dagen 197 dagen
Aantal dagen met sneeuw 26 dagen 38 dagen

Bomen en planten

Van de 6000 ha bos is de verhouding tussen loofbomen en naaldbomen 1:2. Van de 4000 ha welke is voorbehouden voor naaldhout is 20% jonge aanplant of braakliggend. Op lagere hoogte staat veel wintereik (Quercus petraea) en ruwe berk (Betula pendula) en onder deze eiken verjongen de beuken zich veelvuldig. Vanaf 450 meter op de hoogvlakte is de spar massaal aangeplant door de Pruisen in de 2e helft van de 19e eeuw. De grove den bleek hier te stormgevoelig aangezien de kronen bij de daar heersende harde wind afknappen. De massale aanplantingen van de spar gingen gepaard met de systematische drainage van de vochtige bodems. De sparren vervingen de oude zachte berk (Betula pubescens), de zwarte els (Alnus glutinosa), de wilg ( Salix sp.) en de oude zomereik (Quercus robur), nu nog te zien in de Grand Bongard samen met de berk en het pijpenstrootje (Molinia caerula). De massale aanplantingen van de spar en het weinige licht dat de bodem kan bereiken, samen met de systematische drainage heeft er voor gezorgd dat de diversiteit aan plantensoort is gedaald. De recentelijk ontstane stormvlakten worden thans met loofbomen, individueel gemengd ingeplant om diversiteit te bevorderen (els, berk, lijsterbes, populier en zomer- en wintereik). Deze aanplant is gericht op het verkrijgen van een gemengd loofbos waarbij productie een ondergeschikte rol speelt. De algemene mening van de deelnemers aan de excursie was dat het zinvoller zou zijn om in plaats van individueel gemengde aanplant, in groepen van één boomsoort te planten om te voorkomen dat soorten gaan domineren. Gebruikmakend van de stormvlakten probeert men plaatselijk ook het hoogveen te herstellen door oude drainagesystemen te dichten.

Wildbeheer en aanplanting

Als gevolg van de stormen zijn er open plaatsen in het bos gekomen. Deze open plaatsen hebben de wildcapaciteit van het bos verhoogd. Op de eerste plaats hebben grassoorten geprofiteerd van het aanleggen van brandgangen en op de tweede plaats zijn er grassen gezaaid daar waar het naaldbos open plekken vertoonde. Ingerasterde aanplantingen van loofbomen zorgen voor variatie binnen het bos. Vele aangeplante loofbomen worden individueel beschermd tegen wildschade. In de winter krijgt het wild aanvullend voeder op 20 voederplaasten: hooi uit silo en gedroogde luzerne.

Wildbeheer en jacht

De Jachten van de Kroon van het "€œWestelijk Hertogenwald"€ maakt deel uit van de "€œwildbeheereenheid van de Hoge Venen "€“ Eifel"€. Het Hertogenwald telt ongeveer 50 herten per 1000 ha. Dit aantal is de laatste 5 jaar stabiel gebleven. Het aantal reeën is stabiel of stijgt lichtjes, maar is moeilijk in te schatten. Het everzwijn is ook aanwezig, hun aantal varieert van jaar tot jaar. Enkel op het hert wordt specifieke beheersjacht uitgeoefend (aanzitjacht of bersjacht). Het afschotplan bedraagt 19 herten per 1000 ha. Interessant om te weten is dat er twee eeuwen geleden nog geen herten in het Hertogenwald voorkwamen. Enkel reewild en de korhoen waren toen aanwezig.

De excursie wordt afgerond met een bezoek aan het grote stuwmeer Lac de la Gileppe, dat in de drinkwatervoorziening in de streek rond Eupen voorziet. In 1878 werd dit meer aangelegd en in 1971 werd de vergroting van het meer voltooid, dat nu een watercapaciteit van 26,5 miljoen m3 heeft. De stuwdam wordt getooid met een enorme stenen leeuw. Rondom het meer vallen tussen het sparrenbos de herfstkleuren van het loof prachtig op.

Bezoek aan het Regional Forstamt Ruhreifel Jülicher Börde

Vrijdagochtend 10 oktober

Wij ontmoeten de heer Jansen, Forstdirektor en zijn medewerker heer Hielke in het kantoor van het Regional Forstamt in Hürtgenwald waar we eerst een uitleg krijgen over hun regio of Forstamt en de werkzaamheden waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

Geografische situatie

Het Forstamt omvat 50.000 ha bos waarvan 14.000 ha Staatswald, 24.000 ha Privatwald en 12.000 ha Kommunalwald. Het Forstamt neemt het beheer van het staatbos voor haar rekening maar verleent ook diensten aan de private en communale bosgebieden, handhaaft wet en regelgeving en verleent vergunningen. Verder een breed takenpakket gericht op bosbouw, de Forstwirtschaft. De natuurontwikkeling en "€“ bescherming en bosbouw zijn in Nord-Rhein Westfalen nog (steeds) gescheiden. Toch is hier merkbaar aandacht voor binnen het beheer van het Forstamt. In het areaal wordt jaarlijks tussen de 60.000 en 70.000 m3 geoogst waarvan de helft in eigen beheer door het Forstamt wordt uitgevoerd en de helft door aannemers (vooral Nederlandse aannemers!).

Wildbeheer en jacht

Circa 50 % van het areaal is verpacht en sinds een paar jaar wordt het vlees van de herten, reeën en zwijnen door het Forstamt zelf voor goed geld vermarkt en de vraag stijgt nog steeds. Bovendien verkoopt men voor stevige prijzen het afschot van de herten. Afschot vindt plaats onder begeleiding van een medewerker van het Forstamt.

Bomen en planten

Het Hürtgenwald bestaat voor 70 % uit fijnspar die na de verwoesting in Tweede Wereldoorlog zijn aangeplant. Er is dus een grote eenvormigheid in leeftijdsopbouw. In de 70-er jaren zijn de opstanden systematisch gedund en in de jaren "€˜80 zijn toekomstbomen geselecteerd en opgesnoeid. Dit opsnoeien is overigens niet goed bevallen vanwege de schimmelaantasting die in de snoeiwonden optrad. Ergo: weggegooid geld. Qua sortiment lag de focus op papierhout en nu mikt men toch ook op zaaghout. Qua verjonging mikt men tegenwoordig op de natuurlijke verjonging van de fijnspar. Waar omvorming gewenst is naar Douglas of Beuk wordt aangeplant met uitgangsmateriaal uit het eigen Forstamt. Saillant detail is dat het FSC certificaat is verlopen en men nu discussieert over verlenging. Probleem is de huidige voorkeur van het Forstamt voor Douglas als tweede hoofdboomsoort maar in de Duitse interpretatie van de FSC is het aanplanten van deze exoot niet toegestaan.

Als tweede locatie bezoeken we een mooi beekdal. In de tachtiger jaren zijn hier bevers uitgezet en op dit moment hebben zich 6 families permanent gevestigd. De bevers hebben in loop van de beek dammen gebouwd waardoor zwemwater ontstond. Met het zwemwater zijn ook de vissen, insecten en vogels als de ijsvogel terug gekomen. Zowaar een prachtig stukje natuurbouw van deze Forstwirtschafters!

De derde locatie betreft een stormvlakte van 35 ha. In verband met de aantastingen door de Borkenkäfer wordt het hout zo snel mogelijk geruimd. Dit werk werd in 2008 uitgevoerd door een Nederlandse bosbouwaannemer. In het kader van de Naturgemäße Waldwirtschaft (én de hoge kosten van aanplant) wordt getracht om zoveel mogelijk te werken met natuurlijke verjonging. Sowieso vindt er geen aanplant in het eerste jaar plaats en waar nodig en wenselijk plant men horsten van Beuk of Douglas op plaatsen waar geen verjonging van de grond komt.

Tot slot rijden we naar onze idyllische lunchplek. Het is een voormalige jachthut in een bosreservaat. Het is een plek met monumentale beuken van 280 jaar oud en naar eigen schatting zeker 40 meter hoog. Een aantal jaren geleden is dit reservaat ingerasterd om de verjonging van Beuk een kans te geven. Het resultaat is redelijk te noemen. Na een heerlijke kop ambachtelijke erwtensoep onder de Beuken nemen we afscheid van onze Duitse collega"€™s met daarbij een uitnodiging voor een bezoek aan Nederland.

Bezoek aan het Vijlenerbos

Vrijdag namiddag 10 oktober 2008

Het laatste deel van de III landen excursie betrof een bezoek aan de Vijlenerbossen, in beheer bij Staatsbosbeheer. Gastheren waren de heer van Poemeren, veldmedewerker voorlichting bos en recreatie van SBB en de heer Eichhoorn, zelfstandig ecoloog, gespecialiseerd in de flora en fauna van hellingbossen. De aandachtspunten voor deze middag waren: natuurdoelstellingen en bosrandenbeheer. Hierna volgde een prachtige wandeling waar onze gastheren de doelstellingen en het beheer toelichtten.

Geografische situatie

De Vijlenerbossen zijn circa 600 ha groot en bestaan uit verschillende onderdelen: het Vaalse bos, Elzetterbos, Malsumbos e.d. en hebben vroeger diverse eigenaren gehad (Stad Aken, particuliere eigenaren of markebossen). Sinds de Middeleeuwen zijn de plateaubossen vrijwel allemaal ontgonnen t.b.v. de landbouw. Voor 1930 was er sprake van begrazing (ook heide) en veel hakhoutbeheer, na de jaren 30 is men hier begonnen met het aanplanten van Fijnspar en Lariks. Vanaf 1950 grootschalige aanplant / productiebos. Tegenwoordig ligt het accent meer op het vergroten van ecologische en natuurwaarden. De Vijlenerbossen zijn een Natura 2000 gebied en één van de oudste aaneengesloten bossen van Nederland.

Geologie van het gebied

De geologie van Zuid Limburg kent een andere historie dan de rest van Nederland. In de periode van het Carboon, 270 miljoen jaar geleden, was er hier sprake van een uitgestrekt moerasgebied en hoge temperaturen; uit die tijd zijn ook veel klei-afzettingen terug te vinden. Het Krijt, dat een periode besloeg van 100 tot 165 miljoen jaar geleden werd onder andere gekenmerkt door veel kalkafzettingen, afkomstig van dieren die toen in de Krijtzee leefden. Lang daarna werd door de wind uit het oosten dikke lagen loss afgezet. De hierdoor ontstane gelaagdheid is op veel plekken doorbroken of gemengd. Dit is veroorzaakt door het feit dat enkele miljoenen jaren geleden ten gevolge van tectonische krachten de Ardennen werden opgestuwd: de vorming van het huidige heuvellandschap, waarvan Zuid Limburg te beschouwen is als een uitloper van de Ardennen.

Bomen en planten

Door de bijzondere bodemopbouw én de opstuwing is een grote variatie aan bodemtypen ontstaan, variërend van een zure, uitgeloogde bodem (vuursteeneluvium) tot een kalkrijke bodem. Globaal komen er twee bostypen voor het Beuken-Veldbiesbos (op het uitgeloogde plateau) en het Eiken-Haagbeukenbos op de randen van het plateau.
Doelstelling voor het bos is het verkrijgen van een gevarieerder bostype met meer structuur. Delen van de opstand die geen of weinig toekomstverwachtingen hebben worden gekapt.

Gebleken is dat na dunning (of kap van slechte stukken) veel soorten opslaan, maar dit is ook afhankelijk van de dikte van de strooisellaag als deze dun of zelfs afwezig is dan profiteren bijzondere plantensoorten hiervan zoals kranssalomonszegel of witte veldbies. De laatste decennia is er een toename van braam(soorten), waarschijnlijk te wijten aan zure regen in combinatie met de bosontwikkeling en lichttoetreding

Doelstelling voor de bosranden: versterken van de floristische en faunistische waarden, meer structuur in het vegetatiedek en het stimuleren van spontane vestiging planten- en dierensoorten. Doelsoort is de Hazelmuis.

Sinds 1998 wordt dit type beheer toegepast over een lengte van 20 km en een gemiddelde breedte van 20 meter. In eerste instantie worden de boomvormers en struiken eens in de vijf jaar teruggezet en het vrijkomende hout verwijderd. Uiteindelijk streeft men naar een kapcyclus van eens in de acht jaar. Doordat het vrijkomende hout wordt afgevoerd vindt er verschraling plaats waar met name de kruiden gunstig op reageren. Door het regelmatig terugzetten van boomvormers en struiken ontstaat een half open mantel- en zoomvegetatie, rijkelijk begroeid met allerhande rijkbloeiende soorten kruiden en heesters. Door de zeer speciale bodemomstandigheden, veel afwisseling in kalkrijk en kalkarm, door (zeer lokale) uitspoeling, ontstaan interessante zoomvegetaties, waar bijvoorbeeld soorten als boslathyrus, hengel, boskortsteel voorkomen.

Ten uitgeleide

Het vergelijken van "€œhet bosbeheer"€ van de drie buurlanden is in twee dagen een grote opgaaf. Met zestien vaklui, begeleid door zeer kundige en enthousiaste mensen ter plaatse hebben we toch een geslaagde poging ondernomen, waar iedereen met plezier naar terug kijkt. Het grootste verschil was misschien wel het cultuurverschil: vraag een Nederlander, een Duitser en een Belg om iets over "€œhet bosbeheer"€ te vertellen"€¦ De Nederlander legt de nadruk hierbij op flora, fauna en natuurontwikkeling, terwijl de Duitser en de Belg zich op de productie van kwaliteitshout en op jacht richten en de Belg hier nog een vleug natuurwaarde aan toevoegt. Al met al zeker interessant, en deze excursie heeft bovendien bijgedragen aan de contacten tussen de beheerders in de grensstreek en de leden van de KNBV.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.