Home >> Artikelen >> De Lariks in het gemengde bos

Artikelen

Verslag najaarsexcursie Pro Silva 2008

De Lariks in het gemengde bos

Een Verslag van Pro Silva door Boudewijn Swart
Met bijdragen van Ronald Sinke, Yves Martens en Martijn Boosten
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Op de Drentse zandgronden, maar ook elders in Nederland, zijn in het verleden tal van monocultures van Japanse lariks aangelegd. Veel van deze monocultures bestaan nog steeds. Daarnaast verspreidt de Japanse lariks zich door natuurlijke verjonging in de rest van het bos. Het is voor de huidige bosbeheerder een interessante uitdaging om met deze erfenis om te gaan. De Japanse lariks is immers een waardevolle boomsoort met economisch perspectief. De vraag is hoe een bosbeheerder die streeft naar meer natuurlijkheid en stabiliteit in zijn bos, de Japanse lariks een plek kan geven in gemengde, ongelijkjarige bossen met meer inheemse soorten en daarbij tevens kwaliteitshout kan produceren?

Bewonderende blikken voor een fraaie beuk tussen lariks en douglas
Bewonderende blikken voor een fraaie beuk tussen lariks en douglas. Foto Etiënne Thomassen

Tijdens de excursie op 15, 16 en 17 oktober bezochten ruim 60 deelnemers diverse voorbeelden van voormalige monocultures Japanse lariks die in verschillende stadia van omvorming zijn. De omvorming vindt plaats naar een gemengd en ongelijkjarig bos waarin naast lariks ook douglas, beuk en berk een plek hebben. Deze combinatie van boomsoorten wordt vaak wordt omschreven als een goed functionerend mengingstype van exoten en inheemse soorten. De excursieobjecten lagen in de boswachterijen Gieten en Borger en het voormalige landgoed Meindersveen in Drenthe. Centrale vraag tijdens de excursie was: hoe kan omvorming worden bereikt op een economische en ecologische verantwoorde manier? De beide ochtendobjecten in Gieten-Borger zijn onderdeel van een proef geïntegreerd bosbeheer van 1997 van Staatsbosbeheer. De beide middagobjecten in Meindersveen maken onderdeel uit van het landelijke netwerk voorbeeldbedrijven geïntegreerd bosbeheer in particuliere bossen van eind jaren negentig.

Het eerste excursieobject was een verjongingsgroep van ca 30 are omringd door oude opstanden van Japanse lariks (uit 1948), sitkaspar en fijnspar (beide uit 1946) en in de rand enkele grote berken. De verjongingsgroep stamt uit 1997 en is ontstaan na de kap van fijnspar in verband met aantasting door letterzetter. De verjonging bestaat uit lariks, douglas en hier en daar fijnspar en sitkaspar. De berk is wel aanwezig geweest is de verjonging, maar is in de loop der tijd systematisch weggevreten door de reeën. De excursiedeelnemers concludeerden hier dan ook dat er weliswaar voldoende potentiële zaadbronnen aanwezig zijn om een gemengd bos van lariks, douglas en berk te realiseren, maar dat de reeënstand in dit bosgebied de beperkende factor is. In dergelijke gevallen kan rasteren een oplossing bieden. Een aantal jaren geleden leek de lariks in de verjongingsgroep nog onvoldoende houtkwaliteit te hebben. Nu zagen de deelnemers echter voldoende bomen met een goede potentiële houtkwaliteit. De goede potentiële houtkwaliteit werd ondermeer toegeschreven aan de hoge dichtheid van de verjonging. Achter deze verjongingsgroep ligt een wat oudere verjongingsgroep die onder de oude lariksopstand is ontstaan. De lariks in deze verjongingsgroep heeft te weinig potentiële houtkwaliteit door de te lage dichtheid van de verjonging. De deelnemers concludeerden hieruit dat het onder een normaal gedunde lariks opstand lastig is om een dichte verjonging te realiseren met voldoende potentiële houtkwaliteit (in tegenstelling tot grote verjongingsgaten waarin massale verjonging optreedt).

Een rode draad tijdens deze dag: komt er voldoende verjonging van voldoende kwaliteit?
Een rode draad tijdens deze dag: komt er voldoende verjonging van voldoende kwaliteit. Foto Etiënne Thomassen

Het tweede excursieobject was een ca. 12 hectare groot vak bestaande uit een monocultuur lariks met kiemjaar 1949. In 1997 is dit vak in het kader van een proef geïntegreerd bosbeheer voorzien van diverse verjongingsgaten van verschillende grootte. Het streven was om ca. 25% van het vak in verjonging te brengen. Ca. 25% van het vak is sinds 1994 niet gedund en ca 50% is stevig gedund. In het hele object is een dichte mat van bochtige smele aanwezig. Hierdoor treedt er in dit vak weinig verjonging op. Tijdens de excursie werd er gediscussieerd over de te nemen maatregelen om voldoende verjonging van de grond te krijgen. Het lijkt erop dat het dunnen en het creëren van verjongingsgaten vooral hebben geleid tot een nog dikkere mat van bochtige smele. De afgelopen 10 jaar lijkt de bochtige smele mat pleksgewijs echter dunner te worden en beginnen hier en daar mos en verjonging van lariks op te komen. Dit was voor enkele deelnemers aanleiding om te stellen dat de verjonging van lariks na verloop van tijd wel op gang zal komen. Er waren wel twijfels over de kwaliteit van deze verjonging. Andere deelnemers zagen bodemverwonding als enige oplossing om de verjonging van de grond te krijgen. In het grootste verjongingsgat is in 1998 de helft van het vak met de kulla behandeld. Een deel van het behandelde vak is uitgerasterd en een deel niet. Tijdens de excursie viel op dat zowel het raster als de kulla-behandeling niet hebben geleid tot voldoende verjonging van voldoende kwaliteit. Dit werd door de deelnemers vooral toegeschreven aan de kleinschaligheid van de kulla-behandeling. Er werd daarom gepleit voor grootschalige bodemverwonding. Naast het creëren van meer verjonging, is er in dit vak ook een wens om meer menging te krijgen. In 1998 is er daarom een groep beuk ingeplant, die in de toekomst als zaadbron kunnen dienen. De excursiedeelnemers vonden dat de beuk beter wat meer verspreid door het vak heen in kleinere groepjes had kunnen worden ingebracht, aangezien de beuk een vak van 12 ha groot slechts vrij langzaam vanuit één groep kan "€œkoloniseren"€. Er werd ook geopperd om douglas als zaadbron in te brengen om zo te transitie naar een gemengd bos van lariks, douglas en beuk te bevorderen.

Binnen het raster zijn eik en berk volop aanwezig.
Binnen het raster zijn eik en berk volop aanwezig. Foto Etiënne Thomassen

Het derde excursieobject was een lariksopstand uit 1934 in Meindersveen. In 1998 is door schermkap 76% van de bomen en 71% van het oorspronkelijke grondvlak verwijderd. Er zijn nog 63 schermbomen per ha overgebleven. Ook in dit object is veel bochtige smele aanwezig, Over 50% van de oppervlakte is daarom een vollegronds bodemverwonding toegepast middels het ploegen van voren. Dwars hierop is over 50% van de oppervlakte een raster geplaatst. Dit heeft geresulteerd in vier verschillende vlakken met elk hun eigen behandeling (wel/geen bodembewerking, wel/niet uitgerasterd). Tijdens de excursie was in deze vier vlakken goed het effect van de behandelingen te zien. De bodemverwonding had een duidelijk positief effect op zowel de aantallen als de kwaliteit van de lariksverjonging. Ook de vestiging van berk werd hierdoor bevorderd, zeker in combinatie met het uitsluiten van reewild door een raster. Volgens de excursiedeelnemers is het aantal schermbomen nog aan de hoge kant, omdat deze zich snel ontwikkelen en steeds meer licht wegnemen. Echter wanneer het aantal schermbomen te laag wordt, leidt dit tot een te explosieve ontwikkeling van de bochtige smele mat waardoor de ontwikkeling van de verjonging wordt geremd. Het is dus een uitdaging om een goede balans te vinden tussen het creëren van voldoende licht om voldoende verjonging te krijgen en het behouden van voldoende schaduw om de ontwikkeling van een bochtige smele mat te remmen.

Object 4 fraaie menging douglas lariks beuk
Object 4 fraaie menging douglas lariks beuk. Foto Etiënne Thomassen

Aan het einde van de excursiedag was er de apotheose in Meindersveen: een mooie douglas -lariks -beukmenging uit 1935. Sinds 1994 ligt in deze opstand een kleiner verjongingsgat. Tot en met 2004 was in dit gat door de aanwezigheid van een hele dikke strooisellaag geen verjonging opgekomen. In 2002 is in deze opstand een groter verjongingsgat gemaakt. In beide gaten is in de winter 2004/2005 een bodemverwonding toegepast over de helft van de oppervlakte met een Loft cultuurploeg. Dit heeft in beide gaten geresulteerd in verjonging van lariks, douglas en een enkele berk en beuk. In deze opstand zijn daarom in potentie alle soorten aanwezig om te komen tot het menging van lariks, douglas, beuk en berk. Tijdens de excursie bleek dat alle vier de soorten zich weliswaar vestigen in de gaten, maar dat het door een verschil in groeiritme en wilddruk niet makkelijk is om de menging in stand te houden. Het kan dan ook nodig zijn om ingrepen te doen in een onrendabele periode om zo op de lange termijn te investeren in een stabiele, gemengde opstand met ecologische als economische potenties. Dit ingrijpen gebeurt naar de mening van veel deelnemers te weinig en zou meer geaccepteerd moeten worden onder bosbeheerders.

Op basis van de discussies en ervaringen tijdens de excursiedagen kan worden geconcludeerd dat het nog niet zo eenvoudig is om een monocultuur lariks om te vormen tot een gemengd en stabiel bos , waarin zowel natuurwaarden als houtproductie een plek hebben. Uit de excursies blijkt bovendien dat er behoefte is aan kennis over het toepassen van bodemverwonding (schaal, frequentie etc.). Er werd door een aantal deelnemers gepleit voor het delen van ervaringen met bodemverwonding via het vakblad of velddagen. Daarnaast was er onder de deelnemers behoefte aan een meer cijfermatige achtergrond van de menging lariks-douglas-beuk-berk: hoe verhouden voorraad, bijgroei en waardeaanwas zich tot elkaar in dit soort mengingen? Dit zou door onderzoek over dit bostype kunnen worden opgepakt.

Komt hier voldoende verjonging van beuk?
Komt hier voldoende verjonging van beuk? Foto Etiënne Thomassen

Al met al kunnen we terugkijken op een geslaagde excursie met levendige discussies, waarin de deelnemers tal van praktijkervaringen met elkaar hebben gedeeld.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.