Home >> Artikelen >> De verhabbezakking van het Nederlandse bosbeheer

Artikelen

Column uitgesproken op de 181ste Algemene Ledenvergadering

De verhabbezakking van het Nederlandse bosbeheer

Een Column van Harrie Schreppers
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Een term die ik een tijdje terug hoorde van een vooraanstaand KNBV-lid spreekt over “de verhabbezakking van het Nederlandse bosbeheer”. Hoe zouden onze gewaardeerde (of overgewaardeerde?) collega beheerders uit Duitsland naar ons bosbeheer kijken? Waar zouden ze het meest over struikelen?

Ik bles wekelijks in Brabant, in het midden van het land en in de Flevopolder. In de polder tref ik spannende mengingen van allerlei loofhout; hier en daar wat fijnsparren en corsen; en natuurlijk de welbekende populierenakkers. Hoewel akkers? Hier in het Horsterwold stikt het in de populierenopstanden van de horsten en 40-jarige populieren met een dbh van 140 cm zijn natuurlijk het aanzien waard. Maar goed, de Flevobossen gaan we vanmiddag van nabij beleven.

Waar had ik het ook alweer over……, o ja struikelen. Dat kun je in veel Nederlandse bossen letterlijk. Het is een heel geklauter door de diepe sporen van harvesters en forwarders. Meestal netjes op 18 tot 20 meter van elkaar, maar ook wel eens op 9 meter en hier en daar zelfs kriskras door de opstand. Het is meer dan eens voorgekomen dat ik, naar het kronendak kijkend zoals een goed bosbouwer betaamd, languit op mijn neus viel, zo’n insporing over het hoofd ziend.

O ja, ik kan jullie ook vertellen over wespennesten in bodemgaten waar je tot je knieën in wegzakt om daarna de 100 meter in 9 seconden af te leggen hordenlopend over ondergroei en liggend dood hout.

Maar ik dwaal weer af, waar had ik het over…… onze oosterburen. Ik denk dat de Duitse bosbouwers gruwen bij het zien van de verwoesting van de bosbodems in heel Nederland.

Bij onze oosterburen is de bosbodem heilig, wordt er gezegd. Daarom bepalen de beheerders daar hoe er in het bos geoogst wordt, en niet zoals zo vaak hier, de eigenaren van de grote machines.

Vanaf de tijd van bebossing van de woeste gronden zijn we bossen gaan aanplanten waarbij we hoopten op het opbouwen van goede bosbodems, in eerste instantie voor een goede houtproductie. Ook hier in Flevoland is de opbouw van een goede bosbodem in volle gang. Moet je nagaan: van een zeebodem naar een hoogproductieve bosbodem, dat is nog eens een make-over!

Het ontwikkelen van bosbodems kost jaren, decennia of nog langer. Nu lijkt het eindelijk wat te gaan worden. Kijk bijvoorbeeld ook naar de arme zandgronden van Brabant waar niet alleen maar grove den kan groeien maar waar (naast Amerikaanse eik en vogelkers) verschillende loofsoorten hun ruimte in het bos gaan innemen.

Nu het eindelijk wat gaat worden dreigen we het weer te verknallen met de huidige wijdverbreide manier van houtoogsten. Moeten we denken aan lieren, paarden, kabelbanen, of zeppelins?

En dan heb ik het niet eens over hetgeen de bosbodem moet ondergaan aan stikstofdepositie, andere vormen van vervuiling en mineraaltekorten. Moeten we daar niks mee? Lossen we het op met steenmeel strooien of moeten we verder kijken?

Helaas, met deze voorbeelden houdt het niet op…… er valt nog wel meer te bespreken. Maar dat is iets voor een andere keer.

Geachte vereniging, beste bosbeheerders: Misschien wordt het wel tijd om weer eens naar onze Duitse collega’s te kijken. Zeker is het tijd om goed na te denken hoe we verder willen met onze bossen.

Het lijkt me tijd voor bezinning! Dank voor uw aandacht.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.