Home >> Artikelen >> Eikensterfte: reden tot zorg?

Artikelen

Verslag middagbijeenkomst 179e ALV

Eikensterfte: reden tot zorg?

Een Verslag van de Activiteitencommissie door Irma Corten
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

De verhalen over massale eikensterfte in sommige plekken in ons land waren reden voor de Activiteitencommissie hierover een inhoudelijke middag te organiseren op 10 april j.l.

Henny Schoonderwoerd van Silve deed voor ons een aantal rekenoefeningen met data uit de Nationale Bosstatistiek en eigen gegevens van Woodstock inventarisaties. Wat blijkt? De gemiddelde sterfte van zomereik in eikenbos is bijna 1,5 m3/ha/jaar. Dat verschilt niet veel van grove den in grove dennen bos, es of fijnspar. Jaarringen vertellen dat een droogte en een koude periode, met name voorjaarvorst leiden tot een dip in de groei bij eik. De ernst verschilt per boswachterij. De jaarringen zijn dun, en na de dip klimmen ze doorgaans weer op. Echt extreme sterfte is er weinig. De stelling van Henny is dat de sterfte cyclisch is en we over 10 jaar waarschijnlijk weer met de KNBV bijeenkomen over dit onderwerp.

Anne Oosterbaan (Alterra) doet al meer dan 40 jaar onderzoek in de eiken. Sterftepieken waren er in ‘84/’85, ‘92, ‘97, ‘04 en ’13. Anne neemt de factoren die met eikensterfte te maken kunnen hebben met de aanwezigen door: het weer, de bodem, insecten, schimmels. In bodemtypen met waterstagnatie of sterk fluctuerend grondwater is meer sterfte. De laatste jaren ook op arme zandgronden. In de jaren ’90 was de eikenprachtkever een ‘secundair’ probleem. Dat kan desastreus zijn, als de boom al zwakker is. Het complex van factoren grijpt in elkaar en ze worden beïnvloed door het klimaat en verzuring. Wel reden tot enige zorg dus. Want er zijn meer pieken in het klimaat te verwachten en er is nog steeds veel stikstofdepositie in Nederland. Voor het beheer gaf Anne mee: wees voorzichtig met aanplant op zure- en droogtegevoelige gronden en gronden gevoelig voor waterstagnatie. Zorg voor afvoer van overtollig water. Heb aandacht voor de voedingssituatie: met name Ca, Mg, K en PO4. Plant onder of tussen met soorten die een gunstige invloed hebben op de omzetting van mineralen in de bodem en het bodemleven.

Roland Bobbink (B-ware) keek naar de bodemchemie en de bladchemie bij twee bezorgde beheerders. Ook Bobbink zelf is bezorgd vanwege de verzuring. Bij meer regen dan verdamping is er uitspoeling. De basische kationen zijn dan minder beschikbaar en de toxische metalen meer. De hoeveelheid uitwisselbaar K, Ca en Mg blijkt laag in percelen met hoge sterfte. De bladmonsters genomen in weinig vitale en vitale bomen bevestigen dit beeld. Mg wordt ingebouwd in chlorofyl, en zit in het bladgroen.

Excursie
Excursie onder leiding van Jakob Leidekker. Foto Kees van Vliet.

Jakob Leidekker vertelt dat de vakken waar we gaan kijken in 1900 zijn aangeplant als hakhout en later doorgegroeid als spaartelg. De laatste 5/6 jaar gaan veel eiken dood. Moet de rijke natuurlijke verjonging van de Japanse Larix uit de naburige vakken het overnemen? Enkele dikkere eiken zien er nog redelijk vitaal uit. Een oude grove den groeit welig. Het blijft gissen wat op welke manier de eikensterfte tegengegaan kan worden en welke beheermaatregelen aan te bevelen zijn.

Download

Reacties

Er zijn nog geen reacties.