Home >> Artikelen >> Er zijn weinig onderwerpen in de bosbouw...

Artikelen

Column uitgesproken op de 169e algemene ledenvergadering

Er zijn weinig onderwerpen in de bosbouw...

Een Column van Ad Olsthoorn
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Ik begin met een citaat. "Er zijn weinig onderwerpen in de bosbouw, waarover in korte tijd zóveel is geschreven en gesproken als dí­t onderwerp". Einde citaat. Dan nu een quizvraag: Degene die raadt waar dit citaat over gaat (én jonger is dan 35 jaar), krijgt het stokje en mag in de volgende vergadering een column voordragen! Wie weet waar het over gaat?

Het komt uit 1922, dus bijna 90 jaar geleden, uit de eerste "Mededeelingen van het Rijksboschbouwproefstation" dat toen net was opgericht. Al een idee waar het over gaat? Wat was er toen zo populair? Dit begrip, eigenlijk een beheersysteem, was zó'n goed idee, dat zouden we nóóit meer anders gaan doen! Iemand?

Het ging over "Dauerwald". Best wel vergelijkbaar met Geïntegreerd Bosbeheer, zowel wat inhoud betreft als in populariteit. Echter, ik heb Drenthe leren kennen als grote monoculturen, terwijl mij later bleek dat het meestal gemengd was aangeplant! Dus: Wat is er mis gegaan met het Dauerwald? Dat moeten we eens goed uitzoeken.

Want hoe gaat het nu met Geïntegreerd bosbeheer? Ik vind dat het ní­et goed gaat. De bosontwikkeling valt vaak tegen: komen de gewenste soorten op en hoe is de stamvorm en de takkigheid? Hoe regelen we die begrazing eigenlijk? Dat blijkt toch vaak wel erg veel effect te hebben. Het aandeel loofbomen gaat vaak niet voldoende omhoog, of gaat zelfs omlaag als er wordt gemeten. De voorspelbaarheid van de bosontwikkeling is te gering!

Er is dus een risico dat we van Geïntegreerd Bosbeheer gaan afstappen. En hoe fungeert de KNBV dan als kennisvereniging? Ik noem een paar ergerlijke dingen van de laatste jaren:

  1. Tijdens een veldbezoek bij Wageningen bekijken we een harvester die 4 ton water in de banden blijkt te hebben! Is dat een voorbeeld? Ik noem dat geen duurzaam bosbeheer, maar georganiseerd slopen van de bodem (zeker als hij overal maar rond mag rijden).
  2. Op een Studiedag houdt Jan den Ouden bij de start een prachtig en leerzaam verhaal over hoe de hele laatste eeuw de bosbouwplanning werd uitgevoerd (zie verslag). Deze dag wordt beëindigd met een verhaal van Simon Klingen dat hij met een half uurtje fietsen in een bosgebied precies weet hoe het zit. Nou denk ik dat Simon met zijn veldkennis in een half uur best wat ziet, maar dit is natuurlijk geen manier van overdragen van de optimale aanpak in dat gebied en al helemaal niet van de vastlegging daarvan. Denken ze bij het fietsen over 5 jaar aan dezelfde dingen? Voor mij een rampzalig einde van die studiedag.
  3. Gert-Jan Nabuurs plaatst een "Cri de Coeur" (zie artikel) in het vakblad (over gericht investeren in het bos, omdat we anders kansen dreigen te missen. En ik hoor een oorverdovende stilte. Niemand wordt er kwaad of legt uit waarom hij zich vergist.
  4. Evelien Verbij heeft een eerdere column uitgesproken, waar een boom (de KNBV) eenzaam achterblijft. Niemand wil met die boom praten. Geen verdere discussie, na dit tragische beeld. Evelien heeft nog wat meer zout in de wonde gestrooid en de KNBV nu zelfs een Reunistenvereniging genoemd in het vakblad (zie artikel), best nuttig voor de leden onderling. En zelf is ze helaas geen lid meer.
  5. Bij een Pro Silva excursie (zie verslag) staat iedereen te kijken naar de slaphangende eiken die er na een 1e dunning droef bijstaan. Men had gewoon gewacht op het omslagpunt, zoals veel is aangeraden de laatste jaren. Dat is echter typisch een vorm van "Wishfull Thinking", in Nederland meestal uitgesproken als Wishfull Sinking (en dat klopt ook in dit geval!). Het omslagpunt is géén algemene aanbeveling om daarná¡ pas over het bos na te gaan denken. Eerder is het een discussiepunt. Goed dat Pro Silva aandacht besteedde aan dit droeve beeld!

Het is dus tijd voor een omslag in onze áánpak opdat ons Geïntegreerd bosbeheer niet te gronde gaat en zodat we weer een werkelijk professionele vereniging worden en Evelien dus weer lid kan worden!

Mijn gevoel is dat de blesinstructie vaak meer afhangt van het bos dan van de doelstellingen van de eigenaar. Veel mensen, ook opdrachtgevers, zijn achteraf dan ook niet erg tevreden over het blessen. Maar een blesser kan altijd zeggen: "Anders was het nog erger geweest!". En inderdaad: we weten ook niet genoeg om hem tegen te kunnen spreken.

Ik zal het u sterker vertellen: Zolang de beheersdoelstellingen voor een bos niet voldoende expliciet geformuleerd zijn, heeft het opstellen van blesinstructies geen enkele zin. En het is natuurlijk waar: Op grond van de huidige opbouw van het Nederlandse bos leveren fouten in het beheer pas over een jaar of tien knelpunten op in de houtvoorziening of financiële opbrengst. Verklaart dat onze rust bij de signalen van Gert-Jan en Evelien?

Een illustratie: Bij een tweede meting na 10 jaar met Woodstock/Syhi dacht een beheerder dat Silve helemaal verkeerd had gemeten. Grote problemen! Want het tegenovergestelde effect van de doelstelling leek opgetreden en dat was natuurlijk niet mogelijk, want de beheerder wist er echt wel wat van. Na betere beschouwing bleek dat Silve wel degelijk goed had gemeten en de feiten bleken dus juist zeer leerzaam. Het beheer kon daarna gefundeerd worden aangescherpt.

Als er kennis ontbréékt moeten we als vereniging moord en brand schreeuwen tegen LNV met suggesties voor onderzoeksonderwerpen, en schreeuwen om voldoende tijd voor diepgang. Nu wordt de onderzoeksmethodiek beperkt omdat het niet langer dan een of twee jaar mag duren. Zelfs het bosreservaatonderzoek wordt uitgekleed, terwijl dáár de laatste jaren véél bruikbare resultaten uit zijn voortgekomen voor het door ons gewenste extensieve bosbeheer.

Meten is weten. Dan kan de vereniging werken aan het délen van deze kennis. De artikelen in het vakblad kunnen dan meer gebaseerd worden op feiten, bijvoorbeeld goede registraties van ontwikkelingen. Die artikelen zijn nu te zeldzaam. Nu zijn het vaak meningen van personen. Best leuk, maar niet erg kwantitatief. En de voorspelbaarheid van de bosontwikkeling blí­jft dus een probleem. Kortom, er is nog genoeg te doen bij ons 100-jarig bestaan, bij dezelfde afkorting van onze vereniging, nog even de "Kan Natuurlijk Beter Vereniging"!

Er komt binnenkort een mooi boek aan over bosecologie en bosbeheer. Laten we daarna met zijn allen goed bekijken waaraan nog behoefte is voor bosbeheer in de praktí­jk. Die behoefte is er zeker, al is het maar bij onze HBO-studenten, die over een paar jaar verantwoordelijk zullen zijn voor het feitelijke bosbeheer.

Ik eindig graag weer met een citaat, nu niet van 90 jaar geleden, maar uit het jaar 2100, dus 90 jaar ná nu. Ik citeer: "Een van de leden van de KNBV heeft een boek over bosbeheer gevonden uit 2010, waarin merkwaardigerwijs veel wordt gesproken over "Geïntegreerd bosheer". Waarom is dat in hemelsnaam uit de gratie geraakt in de afgelopen eeuw? Dat moeten we eens goed uitzoeken!" Einde citaat.

Ik geef nu graag het stokje door aan een jong talent, en een actief lid van de Commissie Natuurlijke Verjonging. Zij heeft ook veel inzet gepleegd voor het 100-jarig jublieum: Stephanie Schuurman!

Ik wens u verder een goede vergadering en een nuttig jubileumjaar toe!

16 april 2010, Ad Olsthoorn

Reacties

Er zijn nog geen reacties.