Home >> Artikelen >> Excursie Amerikaanse vogelkers: Käfertaler Wald

Artikelen

Excursieverslag van 10 en 11 juni

Excursie Amerikaanse vogelkers: Käfertaler Wald

Een Verslag van de Commissie buitenland door Wim Boonen, Tom van Duuren, Jan Erftemeijer, Renaat van Rompaey en Cor Zuidema
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Dit is een verslag van 1 van de excursies van de buitenlandexcursie over Amerikaanse vogelkers. Zie het hoofdartikel voor de andere verslagen.

Amerikaanse vogelkers is dominant aanwezig in het stadsbos van Mannheim. Grove den en beuk torenen nog uit boven een massief dek van Amerikaanse vogelkers. De bossfeer is vochtig. De onderetage van vogelkers brengt schaduw. Veel dood hout van Amerikaanse vogelkers is met mossen en varens bezet. Iets van een sfeer van tropisch bos. De bodem zou niet speciaal vochtig zijn. Het grondwater bevindt zich diep onder het maaiveld. In het voormalig dennenbos vindt een strooiselomzetting plaats, die de bosbodem als die van een rijk loofbos doet lijken.

Het 1200 ha grote Käfertaler Wald ligt in de Rijnvlakte ten noorden van Mannheim. Het bos is genoemd naar de nabijgelegen wijk Käfertal van de stad Mannheim. Het grenst aan een uitgebreid stadsgebied en is daarom een van de meest bezochte bosrecreatiegebieden van Zuid-Duitsland. Het is grotendeels eigendom van de stad Mannheim. Het gebied wordt gekenmerkt door droge, arme zandbodems en weinig neerslag, 600 mm. Het is een drinkwaterwingebied en ten gevolgde van waterwinning is de grondwaterstand gezakt van 2 à 3 meter naar 8 meter onder het maaiveld. In de ondergrond, op 1,20 à 1,50 m, komen kalk- en leemrijke lagen voor.

Het Käfertalerwald is een heidebebossing op een door eeuwenlange strooiselroof en begrazing gedegenereerde bosbodem. Het gebied was oorspronkelijk begroeid met eiken-haagbeukenbos, dat door overexploitatie vanaf de middeleeuwen gedegenereerd is tot een heideveld. De voormalige heidegronden zijn tussen 1780 en 1850 ingeplant met grove den. Ook voor de tweede generatie koos men meestal voor deze pionierboomsoort. De dennen hadden last van rupsen en de graslaag in de dennenaanplant leverde brandgevaar voor de stad Mannheim op. De Universiteit van Freiburg kwam in de 50er jaren met het advies om voor meer bodembedekking te zorgen, b.v. met Amerikaanse vogelkers, zoals dat in Nederland uitgeprobeerd was. De vogelkers is dan op grote schaal geplant en uitgezaaid onder de Grove Den. Zowel de rupsenschade als de bosbranden namen aanzienlijk af, dus het doel was bereikt.

De beheerders hebben gepoogd om de soort te verwijderen door de soort in te perken met behulp van inheems loofhout. Door Beuk, linde en haagbeuk aan te planten en deze door de kritieke fase heen te helpen. Vervolgens nemen deze het licht van de "€˜lichthoutsoort"€™: Amerikaanse vogelkers weg. De storm Wiebke in de jaren negentig verpletterde deze aanpak. Plots was er weer volop licht en was er geen houden aan de ontkieming en groei van de Amerikaanse vogelkers. Dit werd nog versterkt doordat de door verzuring en verdroging verzwakte grove den massaal geïnfecteerd werd met marentak. De bezettingsgraad van grove den is in 15-20 jaar teruggelopen van ruim 80% naar circa 60%. In de tussentijd had de Amerikaanse vogelkers de open ruimten razendsnel gekolonialiseerd.

Voortzetting van het onderdrukken van de soort met inheemse schaduwleverende en schaduwtolerante soorten is niet gelukt vanwege het grootschalig voorkomen van de meikever. Het inheemse loofhout wordt aan de wortels afgevreten door de larven van deze kever. Aanplant met Douglas als schaduwsoort is tot nog toe voor eigenaar, de stad Mannheim, niet acceptabel. Chemische bestrijding is uit den boze daar een groot deel van de opstanden in waterwingebieden ligt.

Noodgedwongen wordt nu voor een andere aanpak gekozen. Amerikaanse vogelkers is geen gekozen productiesoort maar gezien hij gratis is het bos aanwezig is wordt er nu gebruik van gemaakt en heeft men het plan hem uit te roeien laten varen. Er was al gebleken dat de vogelkers een interessante houtleverancier is. Als brandhout staat hij hoog aangeschreven. De Mannheimer stookt graag de kachel. Het hout gaat weg voor 49 euro per stapelmeter. Ook voor grootschalige warmteomzetting is de Amerikaanse vogelkers geschikt. Kortom energiebouw. De beheerders wachten vol spanning af hoe het zal gaan met de houtgestookte energiecentrales. Zullen zij daar in grote hoeveelheden aan gaan leveren, met rendabele contracten? Zijn daar geen ecologische risico"€™s aan? Wanneer takhout en al uit het bos wordt meegenomen, dan stagneert de bodemopbouw die nu plaats vindt op. Daar mogen de beheerders voor hoeden. Zij zullen de maat moeten stellen voor wat een duurzame oogst is. Zij hebben er voor te zorgen dat het ingezette herstel van de bosbodem doorgaat.

Productie van kwaliteitshout

Is het hout ook geschikt voor de productie van kwaliteitshout? In Duitsland zijn inmiddels goede ervaringen opgedaan met de "€˜Traubenkirsche"€™ als waardevol zaag- en fineerhout. Stammen met een doorsnede van 40-50 cm uit het Käfertaler Wald zijn in het verleden voor interessante bedragen verkocht. Rechte, takvrije stamstukken van zaag- en fineerkwaliteit brachten in de negentiger jaren van vorige eeuw tot 1250 deutsche Mark per m3 op.

Daarnaast hebben de beheerders zich ervan vergewist dat zij te maken hebben met een Amerikaanse vogelkers van noordoost Amerikaanse herkomst. Deze herkomst levert zaaghout. Ten minste geeft de mogelijkheid tot het telen van zaaghout. De beheerders hebben zich ten doel gesteld om gedurende de periode dat de Amerikaanse vogelkers dominant aanwezig is, misschien wel 60 jaar, zaaghout te produceren daar waar mogelijk en verder energiebouw te plegen met deze soort.

De afgelopen decennia is er ervaring opgebouwd met het begeleiden van toekomstbomen in de jeugdfase. De beste kwaliteit van Amerikaanse vogelkers krijg je onder een langzaam opengaand dennenscherm. Er wordt voor het eerst ingegrepen na ongeveer 15 jaar wanneer de voorlopers een hoogte hebben van 8 à 10 meter, dan heeft voldoende differentiatie in het bestand plaatsgevonden om een keuze te maken. Er wordt geselecteerd op vorm. Bomen die de eerste 5 meter redelijk recht zijn en een doorgaande spil hebben komen in aanmerking. Ook al heeft de stam onderin een minder recht stuk dan is deze toch nog bruikbaar als daarboven maar voldoende bruikbaar hout zit. Afstanden worden gecreëerd van gemiddeld 7 à 10 meter.

Voor de omgang met de Amerikaanse vogelkers is het van belang om de misvatting weg te nemen als zouden we met een schaduwboomsoort te maken hebben. Het is een uitgesproken lichtboomsoort. Indien de topscheut beschaduwd is, groeit deze niet meer recht omhoog en is het gedaan met de verlenging van het zaaghoutdeel van de stam. Zowel voor de spilontwikkeling als voor de ontwikkeling van voldoende kroon dient de voor zaaghout uitgekozen boom vrijgesteld te worden. Hier dient men zeer zorgvuldig te werk te gaan: slechts zeer geleidelijk de boom vrijstellen. Zo niet dan vertoont de boom veel waterlot. Ten einde mooi zaag- of fineerhout te krijgen dient men de dode takken in het stamdeel van 5 meter te verwijderen: aftikken. Let op: geen levende takken verwijderen! Ook dan verschijnt er een bos nieuwe scheuten nabij de snoeiwond. De stammen van de toekomstbomen dienen dus te allen tijde zijwaarts beschaduwd te blijven.

Per geselecteerde boom wordt er om de vier à vijf jaar 1, hooguit 2 buurbomen weggenomen. Deze dunningen (voor brandhout) in de buurt van toekomstbomen wordt enkel door de eigen bosarbeiders van het stadsbos uitgevoerd. Op die manier worden beschadigingen aan de toekomstbomen tot een minimum beperkt. Aanvankelijk merkten de beheerders de toekomstbomen met verf. De gemerkte bomen vertoonden een necrose op de stam nabij de verf. Let wel de bast van de Amerikaanse vogelkers is erg dun. Zoals bij alle kersen. De toekomstbomen worden nu met een kunststof lint gemerkt.

In Mannheim wordt gekozen voor een korte omlooptijd: 70 jaar. Op die termijn is kan een diameter bereikt worden die interessant is voor zagerijen en fineerbedrijven. Bovendien wordt vanaf die leeftijd het risico op stamrot groter, net als bij de zoete kers. Al leert de ervaring dat zelfs behoorlijke beschadiging aan de stamvoet niet leidt tot aantasting van het stamdeel erboven. De boom schermt de zone met aantasting voldoende af.

Geselecteerde en vrijgestelde prunus-toekomstboom
Geselecteerde en vrijgestelde prunus-toekomstboom. Foto Twan van Alphen

Een acceptabele oplossing

De resultaten van deze benadering zijn zeker de moeite van het bekijken waard. Het is nooit de bedoeling geweest van het bosbeheer om het bos naar een eindopstand van Amerikaanse vogelkers te begeleiden. Nood breekt wet en op termijn zal het inlandse loofhout weer de bovenhand krijgen. Het bos heeft nu een fris groene onderetage van vogelkers en de vele recreanten die hier hun vrije uren doorbrengen vinden het prima zo. De Mannheimer recreant heeft geen moeite met het landschapsbeeld van een "€˜geseroniteerd"€™ bos. Hij of zij beleeft een intense groene jungle, welke onmiskenbaar ook zijn charmes heeft.

Opvallend was de constatering dat de kwaliteit van de bosbodem in de afgelopen 20 jaar door de Amerikaanse vogelkers sterk was verbeterd en hier niet onder doet aan de positieve invloed van de linde op de bosbodem. Blijkbaar is de Amerikaanse vogelkers in staat voedingsstoffen uit de rijkere lagen in de ondergrond naar boven te halen. Uit onderzoek door het waterleidingbedrijf is gebleken dat de Amerikaanse vogelkers veel stikstof wegvangt en dat de waterkwaliteit onder het Prunusbos het beste was. De bosbouwer en bosecoloog hebben hier de gelegenheid om te leren welke rol de Amerikaanse vogelkers speelt in dit Mannheimer bos.

Bestrijden ombuigen tot begeleiden is in het natuurbeheer een welkome gedachte. Ook doet zich de vraag voor of er niet meer selectie werk verricht kan worden onder de Amerikaanse vogelkers omdat de verschijningsvorm zeer divers is. Van nature zijn er verschijningsvormen die rechter groeien dan anderen. Hier liggen misschien mogelijkheden voor gespecialiseerde boomkwekerijen om selecties van de Amerikaanse vogelkers als kwaliteithout producerende boom aan de man te brengen.

Wij hebben een unieke gelegenheid gehad om te zien hoe een aanvankelijk probleem ook van een hele andere kant benaderd kan worden. Ook hebben we met open en inhoudelijke discussies met de beheerder, de zeer deskundige heer Dr. Wilhelm, van gedachten kunnen wisselen over aanpak en beheer van een soort die misschien wel ten onrechte de naam bospest heeft gekregen. Leerzaam bezoek dus. Wanneer één van ons er nog eens gaat kijken, zou het mooi zijn wanneer die Bart Nyssen beelden en tekst bezorgt. Laat we dit maar eens opvolgen.

Download

Reacties

Er zijn nog geen reacties.