Home >> Artikelen >> Het beheer van douglas in gemengde bossen

Artikelen

Verslag voorjaarsexcursie Pro Silva 2006

Het beheer van douglas in gemengde bossen

Een Verslag van Pro Silva door Martijn Boosten
Met bijdragen van Anton Vos, René Olthof, Michiel Houtzagers en Ido Borkent
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Op 17, 18 en 19 mei 2006 vond in de Loenermark en op Hagenau (Veluwezoom) de 30e Pro Silva excursie plaats. Deze excursie had als thema: "€˜het beheer van douglas in gemengde bossen"€™. Vanwege het derde lustrum van Pro Silva vond deze excursie plaats in dezelfde objecten als die van de allereerste Pro Silva excursie in november 1990. Dagelijks discussieerden tussen 35 en 40 deelnemers over het beheer en functioneren van douglas in gemengde bossen.

In de ochtend

"€™s Ochtends voerde de excursie langs een meer dan 10 hectare grote monocultuur van douglas op de Loenermark. Het bos is aangelegd in 1938 en wordt momenteel beheerd door het Geldersch Landschap. In de opstand bevindt zich een aantal grote stormgaten uit 1972/1973 en 1990. In deze gaten heeft zich verjonging van douglas, Japanse lariks en beuk gevestigd. Het kronendak van de rest van de opstand is zeer lang gesloten gebleven. Ten tijde van de excursie in 1990 was er dan ook nauwelijks verjonging te vinden. In 1991 is door Anne Oosterbaan van het toenmalige IBN-DLO een verjongingsproef aangelegd, waarbij met verschillende lichtingsgraden en bezaaiing met beuk is gewerkt. Een deel van de proef is ingerasterd. Binnen de rasters staat veel verjonging van douglas en een enkele beuk. In 1997/1998 heeft men buiten de rasters de aanwezige verjonging van douglas bestreden met behulp van begrazing door schapen. Hierna heeft zich weer massaal douglasverjonging gevestigd. In de verjonging is hier en daar aanzienlijke sneeuw- en stormschade waar te nemen, nog recent van dit voorjaar. In 2004/2005 zijn in de opstand de toekomstbomen geoogst, omdat men vreesde dat de bomen vanwege hun DBH > 60 cm onverkoopbaar werden. Men vond het soms wel jammer dat er helemaal geen hele zware exemplaren meer stonden.

Tijdens de excursie werd er vooral gediscussieerd over de dominantie van douglas in dit object en de afwezigheid van voldoende menging. Hoewel de douglas als productiesoort werd gewaardeerd, functioneerde dit bos volgens de deelnemers niet volgens de Pro Silva principes. De afwezigheid van mengboomsoorten en voldoende structuur die het bos de nodige stabiliteit en risicospreiding geven, werd door de aanwezigen als een groot gemis ervaren. De Japanse lariks en beuk werden als meest geschikte mengboomsoorten beschouwd vanwege hun respectievelijk snelle groei en hoge schaduwtolerantie. Van deze soorten zijn in de omgeving bovendien goede zaadbronnen aanwezig. Er werd volop gediscussieerd over de totstandbrenging van de verjonging van de beide soorten in deze monocultuur. Enerzijds werd er geopperd om grote gaten van 2 maal de boomhoogte (en meer) te maken in het kronendak van de douglas. De Japanse lariks zou zich immers alleen in gaten van deze afmetingen kunnen handhaven. Niet alle deelnemers waren er echter van overtuigd dat douglas verjonging bij hoge lichtintensiteit zou achterblijven op de lariks. Bovendien vond men het slaan van grote gaten kapitaalvernietiging. De na de kap in 2004/2005 overgebleven douglas is immers nog niet kaprijp. Het bleef de vraag of de lariks zich bij het voorzetten van het huidige dunningsregime ook voldoende zou vestigen en handhaven.

Uit het vrijwel ontbreken van verjonging van beuk buiten de rasters, concludeerden de deelnemers dat rasteren onontbeerlijk is voor het succesvol tot stand brengen van natuurlijke verjonging van beuk. Er werd echter getwijfeld of de hoge kosten die dit met zich meebrengt, opwegen tegen de voordelen van menging en stabiliteit. Een andere optie die werd genoemd was het planten van beuken veren. Dit brengt echter ook kosten met zich mee. Een aantal deelnemers vroeg zich daarom af of men in deze opstand niet gewoon genoegen moet nemen met 2 soorten: douglas en lariks. Beuk brengt echter wel mogelijkheden tot sturing met licht. Tot slot was er was onder de deelnemers nog meningsverschil over de kansrijkdom van de berk in de menging. Mocht de berk zich al vestigen en handhaven in de opstand, dan is het nog de vraag of de berk er bij de eerste rendabele dunning nog aanwezig is en voldoende stabiliteit heeft.

Om de stabiliteit en de structuur te bevorderen werd geopperd om de bestaande stormgaten met intervallen van 5 tot 10 jaar steeds verder uit te breiden. Bovendien zouden er nieuwe gaten kunnen worden gemaakt. De waargenomen sneeuw- en stormschade in de verjonging was volgens de meeste deelnemers een incident. Extra beheersingrepen om dit soort incidenten te voorkomen werden onnodig geacht. Het kennelijke gebrek aan natuurwaarden [weinig verschillende soorten en dood hout] zou volgens de deelnemers gemakkelijk gevonden kunnen worden in omliggende opstanden en heideterreinen. De integratie van functies op elke plek wordt daarmee natuurlijk wel losgelaten maar is acceptabel als optimaal gebruik kan worden gemaakt van de sterke productiefunctie in deze opstand.

In de middag

"€™s Middags werden twee objecten op Hagenau bezocht. De objecten zijn momenteel in bezit van Natuurmonumenten. Het eerste object was een deel van een kapvlakte uit het begin van de jaren "€˜80, die een tijdlang ingerasterd is geweest. Binnen dit raster zijn een aantal overstaanders van douglas blijven staan. Daarnaast heeft zich spontane verjonging van Japanse lariks, douglas, grove den, beuk en berk gevestigd. In deze opstand is sinds de vestiging van de verjonging niet ingegrepen.

In dit object is tijdens de excursie vooral is gesproken over de vraag: Hoe zal dit bos zich verder ontwikkelen en hoe kan hierin het beste worden gestuurd? De deelnemers waren het vrijwel allemaal over eens dat ingrijpen in dit object niet nodig is tot het moment van de eerste rendabele dunning. Er was echter discussie over vraag wanneer dunning in dit object rendabel is. Veel deelnemers stelden dat een dunning op dit tijdstip al rendabel (dan wel kostenneutraal) kan worden uitgevoerd. Een aantal anderen verwachtte dat het door de grote variatie aan boomsoorten en diameters nog een tijd zou duren totdat een dunning rendabel is. Soms ook werden de belabberde HD van berk en groveden en de takkigheid van de douglas opgemerkt; en het opruimen van deze troep"€ werd als een positieve maatregel gezien ook om ruimte te geven aan kwalitatief betere verjonging. Er werd getwijfeld of de douglas een rol zou moeten blijven spelen in deze opstand. Sommige deelnemers stelden dat de douglas waarschijnlijk altijd in het systeem zal blijven en dat het voor het behoud van de menging nodig is om in het beheer met name de inheemse lichtboomsoorten te bevorderen.

Verder vroeg men zich tijdens de excursie af of dit object als referentie zou kunnen dienen voor de douglas monocultuur op Loenermark. Met andere woorden: Kan men op de Loenermark met een grootschalige kap van douglas en het plaatsen van een raster een dergelijke menging tot stand brengen?

Het tweede object op Hagenau was een zeer gevarieerd bos met een grote diameterspreiding. Het bos bevat oude douglas, grove den, beuk en een enkele fijnspar en Abies alba. Verder is er verjonging van Japanse lariks, douglas, beuk en berk aanwezig in verschillende leeftijden. Dit bos was volgens de excursiedeelnemers een goed functionerend bos met veel menging, structuur en stabiliteit. De douglas speelt in het bos geen dominante rol. Er werd gediscussieerd over vraag in hoeverre de douglas in de toekomst kan gaan overheersen. Er werd gesteld dat men in het beheer vooral niet bang moet zijn om mooie bomen weg te halen om de menging te behouden. Bovendien suggereerden de deelnemers dat goed wildbeheer nodig is om de voldoende verjonging van loofhout te houden.

Iedere excursiedag werd ter ere van het lustrum afgesloten met een gezellige borrel.

De organisatie kijkt met grote tevredenheid terug op deze geslaagde excursie. De weersomstandigheden waren zeer wisselend. De link naar 15 jaar geleden was helaas wat minder duidelijk, met name in de middag-objecten. De hoge deelnemersaantallen en de interessante en zeer uiteenlopende discussies tijdens deze excursie tonen echter aan dat de Pro Silva principes nog steeds leven onder de Nederlandse bosbouwers.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.