Home >> Artikelen >> Het perspectief van een bosbouwer en ecoloog

Artikelen

Het perspectief van een bosbouwer en ecoloog

Een Column van Jan ten Hoopen
Gepubliceerd op . Er zijn 2 reacties.

Beste Bosbouwers en andere buitenlui,

Als bosbouwer en bosecoloog heb ik nooit begrepen waarom deze disciplines vaak als twee verschillende werelden worden gezien. Het is voor mij een bevreemdend fenomeen dat ik door natuurbeheerders vaak als bosbouwer word gezien, en door bosbouwers als een ecoloog. Hardnekkig, en beiden vaak met een twijfelachtige frons. Een fenomeen dat mij in de discussie over de B in de KNBV relevant lijkt.

Nader beschouwd is dit waarschijnlijk niet zo vreemd omdat in de Nederlandse situatie de ecologische kant van bosbouw (of breder bosbeheer) nooit echt uit de kluiten is gewassen, en het natuurbeheer zich niet echt het terrein van de bossen heeft kunnen toe-eigenen. Ergens op de bosrand lijken ze elkaar te ontmoeten met een toenaderingspoging van geleidelijke overgang. Vergeef mijn onkunde als ik me hierin vergis.

Wat mijn eigen specialisatie betreft – bosentomologie vanuit zowel het perspectief van bosbescherming als natuurbeheer; www.ecoweb.nl – zie ik een nauwelijks aanwezig vakgebied in Nederland (afgezien van loopkevers). Ik ken slechts een enkele andere actieve Nederlandse specifieke bosentomoloog en ben ik op dat gebied zelf ook nog eens actief in Zweden en niet in Nederland (nogmaals, vergeef mijn onkunde etc.). Als we het over diversiteit aan soorten hebben – insecten zijn toch de absolute winnaar van de zonder microscoop waar te nemen soortenrijkdom – frons ik op mijn beurt ook.

Wat bosbescherming betreft kan ik me dit best voorstellen, wat natuurbeheer betreft zie ik hierin vooral een gemiste kans. Bos heeft op het gebied van soortenrijkdom zoveel meer te bieden dan een bosrand of mossen zoals de dichter op de site waarneemt. Wat alleen al die vergeten andere bosrand betreft (het kronendak) is er een hele wereld die nog ontdekt moet worden. Binnen de Europese context ken ik een enkel onderzoek uit Noorwegen (24 bomen onderzocht, 27 nieuwe soorten voor Noorwegen, drie voor Europa en negen nieuwe soorten voor de wetenschap1) en weet ik dat ze in Göttingen allerlei lopend onderzoek hebben. Het ontdekken van nieuwe soorten voor de wetenschap is ook nog eens iets wat in de Nederlandse bossen mogelijk is zoals iets lager bij de grond is gebleken: http://www.boomblad.nl/index.php?id=152.

Als ik een minder ondergesneeuwd onderwerp bekijk, het dood hout beheer, zie ik in de praktijk vooral een kwantitatief en niet kwalitatief beheer (nogmaals etc.). Dit terwijl kwaliteit toch een essentiële rol speelt in de mogelijkheid voor soorten om zich te handhaven of vestigen. Wat wij in de Nederlandse bossen op dit gebied te bieden hebben is ook nog maar nauwelijks bekend (ik ben slechts bekend met een pilot-onderzoek van Alterra. ). Het lijkt mij typerend dat er in deze categorie in Nederland slechts drie soorten beschermd zijn (het Vliegend Hert, De Heldenbok, en de Juchtleerkever, de laatste twee overigens hopeloos uitgestorven geacht) en niet toevallig zijn dit allen soorten, met name bekend uit het cultuurlandschap. Daar scoren de mensen van de andere vegetatietypes toch een stuk beter. Dit betekent niet dat er niks te beschermen valt, maar wel dat we niet zo goed weten wat we zouden kunnen beschermen.

“Ik zou het in ieder geval waarderen als ik me ook als ecoloog thuis zou voelen bij de KNBV, daarvoor hoeft van mij echt de naam niet te veranderen…”

Misschien draaf ik door in mijn fascinatie voor het kleine grut, maar ik bedoel vooral een illustratie te geven op een gebied waar ik het meeste van weet. Ik ben blij met mijn bosbouwkundige achtergrond en zie het als een onmisbare kunde voor het begrip en beheer van bossen. Bosbouwkunde is naar mijn mening essentieel om de diverse functies te kunnen leveren die van het Nederlandse bos gevraagd worden, ook ecologische processen, natuur en biodiversiteit.

Ik zou het (als nog niet lid) in ieder geval waarderen als ik me ook als ecoloog thuis zou voelen bij de KNBV, daarvoor hoeft van mij echt de naam niet te veranderen – ik ken u overigens niet goed genoeg om te weten of dit niet al het geval is. Wat dat betreft ben ik het met andere schrijvers eens dat het vooral gaat om wat je doet en uitdraagt, de naam is dan van secundair belang. Er zijn een hoop (jonge) professionals in dit land die daar graag aan meewerken, velen met een bosbouwkundige achtergrond.

Jan ten Hoopen, Arnhem/Uppsala

1 Thunes, K. H., Skarveit, J. and Gjerde, I. 2003. The canopy arthropods of old and mature pine Pinus sylvestris in Norway. Ecography 26: 490 "€“ 502.

Meer discussie over de toekomst van de KNBV: Vernieuwen, Verbreden of enkel Verfrissen?

Reacties

Ook al verschijnen entomologen nog sporadisch in de bijeenkomsten van de KNBV "€“ hetgeen helaas voor meer specialisten geldt- dan nog is er meer kennis beschikbaar dan Jan ten Hoopen veronderstelt. Hoewel de biodiversiteitsgekte voor een ecologische bosbouwer als ik te pas en te onpas toeslaat, heeft het wel voor soortspecialisten als Jan ten Hoopen opgeleverd dat er veel kennis is. Gewoon lid worden Jan en op excursies veel vragen.

Leffert

Leffert Oldenkamp
,

Het gaat mij dan vooral om de profilering en een indruk die ik heb. Zoals gezegd, ik ken u niet echt maar laat mij graag aangenaam verrassen. "€˜Nooit echt uit de kluiten gewassen"€™ is ook wat anders dan een gebrekkige kennis die ik zou veronderstellen.
Is ecologie over de hele linie een volwaardige poot? Of dat een poot is waar een vereniging of sector op wil of zou moeten staan is uiteindelijk een democratische keuze lijkt me.

Wat een eventueel lidmaatschap betreft alvast twee vragen: (1) welke specialisten verschijnen dan te weinig of niet en waarom? (2) stelt u mij dan ook vragen? Wat vraag 2 betreft; ik ben helaas geen soortspecialist, maar kan wel wat vertellen over een kwaliteitsimpuls voor dood hout beheer wat insecten betreft.

Vriendelijke groet, Jan ten Hoopen

Jan ten Hoopen
,