Home >> Artikelen >> Het Vliegenbos - het oudste stadsbos van Amsterdam

Artikelen

Verslag van 6 mei 2009

Het Vliegenbos - het oudste stadsbos van Amsterdam

Een Verslag van Kijken bij collega's door Simon Klingen
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Het Vliegenbos is aangelegd tussen 1910 en 1918 op een buitendijks droog gevallen kwelder, ten noorden van het IJ. Het socialistisch raadslid W. H. Vliegen nam het initiatief voor dit bos. Hij wilde "€œEen bosch voor de arbeiders, onder de rook van Amsterdam, een stukje vrije natuur waaraan de stad zoozeer behoefte heeft"€. Hoewel het bos met een geasfalteerd wandelpad, wat bankjes en fraaie waterpartijen hier en daar wat parkachtig aandoet, is het toch vooral een bos; zo'€™n 15 ha goed ontwikkeld loofbos op kleigrond met bereikbaar grondwater.

In de systematiek van bosgemeenschappen gaat het om het droge essen-iepenbos en het natte elzenrijke essen-iepenbos. En, hier staan ze werkelijk, de iepen! Samen met de es en de esdoorn vormen ze het hoofdbestanddeel van het bos. Het voorkomen van zoveel iep is te danken aan het strikte iepziektebeleid van de gemeente Amsterdam. De stad heeft er veel belang bij om de iep die zo bepalend is langs veel van de grachten te behouden. Het Vliegenbos is naar verwachting het meest iepenrijke loofbos van Nederland en mogelijk van West-Europa. Hier en daar staan immense populieren. Na de populieren zijn de iepen met hun 36 meter de hoogste bomen. Maar ook de essen voelen zich hier thuis met een eindhoogte van 34 meter. De structuurvariatie is groot, evenals de rijkdom aan soorten bomen, struiken en ondergroei.

Gelukkig was ook ons lid en iepenspecialist Hans Heybroek op de excursie van de partij. Vaak ging het om het op naam brengen van de iepen. Hier en daar komen min of meer zuivere vormen van de veldiep en van de bergiep voor, maar de meest voorkomende iep is hier de "€˜Belgica"€™ (Ulmus x hollandica "€˜Belgica"€™), dezelfde soort die we langs de grachten vinden. Een van de lanen wordt geleidelijk verjongd met de kloon Dodoens.

Collega Geertjan Takkenkamp vertelde dat hij in overleg met de gemeente jaarlijks in een klein deel van het bos dunt. Jaarlijks, om de ingreep beperkt te kunnen houden, maar vooral ook om de bezoekers van het bos vertrouwd te houden met het geluid van de motorzaag.

“ Een klein bos, maar een bezoek zeker waard en voor beheerders van kleibossen eigenlijk een must. Kunnen ze daarna dromen van een echt essen-iepenbos.”

Het bos is zo structuurrijk doordat er geregeld op kleine schaal bomen uitvallen: soms door windworp, toch zo nu en dan een slachtoffer van de iepziekte en door gerichte dunning. De dunning is gericht op de instandhouding van de menging, met de nadruk op de iepen. Werden voorheen de iepen als "€˜riskante"€™ boomsoort beschouwd, en bij de dunningen niet als toekomstboom gekozen, sinds het beheerplan (KLINGEN BOMEN, 2005) worden bij de dunningen de iepen vaker bevoordeeld. Dit vanuit het besef dat de iepziektebestrijding hier de afgelopen vijftig jaar effectief is gebleken en juist de iepen het bos uniek maken. Aanplant van bomen is zelden nodig, de natuurlijke verjonging van es, esdoorn en ook iep is meestal ruim voorhanden.

Een klein bos, maar een bezoek zeker waard en voor beheerders van kleibossen eigenlijk een must. Kunnen ze daarna dromen van een echt essen-iepenbos.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.