Home >> Artikelen >> Internationale Pro Silva bijeenkomst 2011, Ossiach, Oostenrijk

Artikelen

Internationale Pro Silva bijeenkomst 2011, Ossiach, Oostenrijk

Een Verslag van Pro Silva door Bas van de Wiel
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

De internationale Pro Silva bijeenkomst van 2011 vond plaats op 17 t/m 19 juni in de provincie Karintiën in het Zuidoosten van Oostenrijk. In het plaatsje Ossiach staat een bosbouwschool van waaruit de excursies plaatsvonden. De bosbouwschool is tevens een internaat, veel deelnemers verbleven gedurende de bijeenkomst op deze school.

Tijdens de bijeenkomst zijn drie excursies gehouden die alledrie in het zelfde teken stonden: omvorming van kaalkapsystemen van voornamelijk fijnspar naar een uitkapbos met meerdere boomsoorten. Hierin moeten de bekende en belangrijkste "€œplenterwald soorten"€ zilverspar, beuk en fijnspar de hoofdrol gaan spelen. Es en esdoorn spelen hierin een bijrol.

Excursie 17 juni

De eerste excursie vond plaats in een bos van de Malteser ridderorde. Deze orde bestaat al vanaf de Middeleeuwen. Het is een kerkelijke organisatie die met de gelden die zij ter beschikking heeft de minderbedeelden in de samenleving wil ondersteunen. Het bos is ervoor om deze gelden te genereren. Een van hun eigendommen is een bos dat gelegen is op een noordhelling van een berg. Het bos beslaat enkele honderden hectaren. Het wordt al drie generaties lang door één familie beheerd. De eerste van de drie generaties is begonnen met het omvormen van een kaalkapsysteem naar een uitkapbos. Vroeger werden stroken bos haaks op de hoogtelijnen kaalgekapt en het hout werd d.m.v. de zwaartekracht vertikaal op de hoogtelijnen van de hellingen naar beneden afgevoerd.

Het merendeel van het bos bestaat uit fijnspar. Een kleiner deel van de oppervlakte bestaat uit zilverspar en lariks. Het oogstsysteem bestaat, net als bij ons, uit het verwijderen van minder goede bomen ten gunste van bomen met een betere stamkwaliteit. Er is echter geen sprake van een toekomstbomen systeem. Het bos is vrij open, de kwaliteit van het hout matig, de bomen zijn vrij zwaar betakt. De beheerder streeft naar een kroondiepte van een half maal de boomlengte. Het doel hiervan is stabiliteit. De jaarlijkse bijgroei op deze hoogte bedroeg 3 m3/ha. Natuurlijke verjonging moet in het opener wordende bos zijn intrede doen. Op een andere locatie bevindt het bos zich al in een stadium met een erg goed ontwikkelde verticale structuur en een redelijk hoog stamtal. Het blessen in een dergelijk bos (pure hoogdunning, naar de onderbegroeiing wordt niet gekeken) wordt gedaan met een snelheid van 8 hectare per dag.

De bosverjonging komt redelijk goed op gang maar is nogal eenzijdig. Met name fijnspar verjongt zich erg goed. De verjonging van zilverspar heeft erg te lijden van vraat door grofwild. In sommige gevallen wordt er zilverspar en lariks bijgeplant. Hoewel men naar een systeem van schaduwsoorten wil, wordt toch de lariks actief ingebracht en in het bos gehouden, opdat er in het geval van een grootschalige calamiteit een lichtminnende soort in het bos aanwezig die open plekken kan koloniseren. Overigens was volgens de beheerder van dit bos de opwarming van het klimaat merkbaar aan het verder optrekken van de letterzetter de berghellingen op. De zilverspar wordt erg gewaardeerd om zijn fysieke stabiliteit. Tijdens de excursie werd de wortelkluit van een zilverspar getoond. Deze was ronduit indrukwekkend. De kluit bevatte een penwortel waarvan de eerste meter wortel die de grond ingaat er net zo uitzag als de eerste meter stam die boven de grond uitsteekt. Kortom, met deze boomsoort is stabiliteit wel gegarandeerd. Het beoefenen van de jacht wordt moeilijker door het opkomen van natuurlijke verjonging. Er werd een oproep gedaan voor een goede jager met veel tijd. De wolf was zojuist in Karintiën gearriveerd. Wellicht dat die zou kunnen participeren. Kunnen wel, maar mogen?

Velling vindt plaats met de kettingzaag, via een intens netwerk van tractorpaden parallel aan de hoogte lijnen worden de bomen naar wegen gesleept waar zij met een vrachtwagen worden afgevoerd. De tractoren zijn uitgerust met een lier. De tractorpaden liggen op ongeveer twee boomlengtes van elkaar af (80 meter). Het aanleggen van dit wegennet is een belangrijke stap geweest in het loslaten van het kaalkapsysteem, waarbij het transport (zoals hierboven vermeld) d.m.v. zwaartekracht plaatsvond. De houtoogst wordt uitbesteedt aan aannemers. Het hout wordt aan de weg verkocht.

Bij het Pro Silva beheer in Oostenrijk draait het echt om de houtteelt. Van geïntegreerde functievervullingen hebben ze niet gehoord. Zo werd een aan een weide gelegen bosrand dicht geplant om in het achterliggende bos een bosklimaat te creëren zodat natuurlijke verjonging van schaduwsoorten beter kon plaatsvinden. Dood hout is voor de kachel. In een korte discussie werd wel door één van de Oostenrijkse Pro Silva organisatoren van deze excursie aangegeven dat dit iets is waar Pro Silva beheerders in Oostenrijk in de toekomst anders mee om moeten gaan. Door Oostenrijkse natuurbeschermingsorganisaties wordt het Oostenrijkse Pro Silva beheer niet echt als waardetoevoegend beschouwd. Hierdoor mist Pro Silva Oostenrijk een belangrijke bondgenoot bij het uitdragen van de Pro Silva filosofie in de Oostenrijkse bosbouw.

Excursie 18 juni

Ook deze excursie vond plaats in een bosgebied (845 ha productief bos) dat al diverse generaties in beheer (en in bezit) is van dezelfde familie. Omvorming van kaalkap naar uitkap was ook hier het devies. De wilddruk zorgde hier echter ook voor problemen. Veel bos was ongeveer 100 jaar oud en is aangelegd na diverse crisissen in het verleden, waarbij boeren gedwongen waren om hun boerenbestaan op te geven. In dit 100 jaar oud bos groeide op veel locaties al dalkruid. Het bos was lager gelegen dan het bos op de eerste excursiedag. Het stamtal was daarentegen hoger, de houtkwaliteit beter en de kronen ondieper (en daarmee het bos instabieler). De staande houtvoorraad was ongeveer 320 m3/ha. De jaarlijkse bijgroei ongeveer 10 m3 ha. Ook hier streeft men naar het telen van kwaliteitshout. Per jaar wordt er ongeveer 4900 m3 hout geoogst. Dit wordt gedaan met eigen personeel, dat door de beheerder de hemel in werd geprezen om hun vakkundigheid. In ons bijzijn werd een fijnspar geveld met een spilhoutvolume van ruim 7 m3. De boom had een dbh van 71 cm. Aan de stobbe was aan de jaarringopbouw goed te zien dat deze fijnspar in zijn jeugd ongeveer 30 jaar in schaduwstand had gestaan. In die 30 jaar was hij aan de stamvoet ongeveer 4 cm dik geworden. Na die tijd had hij licht gekregen en was hij fors gaan groeien. Eén van de omstanders trok een zaailing van ongeveer 60 cm lengte uit de grond. Dit boompje was ongeveer 10 tot 15 jaar oud. Hij vroeg de bosarbeider die zojuist de grote fijnspar had geveld om een knoop in dit boompje te leggen. De bosarbeider deed dit. Vervolgens vroeg hij om de knoop weer uit het boompje te halen. Nadat dit gedaan was, nam het boompje zijn rechte vorm weer aan. Hiermee werd aangetoond hoe sterk en veerkrachtig traag gegroeid naaldhout is. Het verzoek of de bosarbeider ook een knoop kon leggen in de zojuist gevelde boom kon echter niet worden ingewilligd! Het vermogen van de fijnspar om na jaren lange onderdrukking de kracht te hebben om bij vrijstelling snel te gaan groeien, was voor enkele Luxemburgse en Duitse collega'€™s een reden om voor fijnspar en niet voor douglas te kiezen bij het aanleggen van nieuw bos. Volgens deze collega"€™s heeft de douglas dit reactievermogen niet, douglas is een pioniersoort zeiden ze.

Bij het selecteren van de te oogsten bomen word ook hier naar kwaliteitsverbetering van de blijvende opstand gestreefd. Leidend is echter de vraag vanuit de markt. Is er vraag naar een bepaald sortiment waar (veel of meer) geld mee te verdienen valt, dan worden bomen geoogst van dit sortiment. Is er geen speciale vraag dan worden bomen (fijnsparren) bij een doeldiameter (dbh) van ongeveer 60 cm geveld. In de praktijk lukt het vaak niet om dit te halen door tijdgebrek, omdat men teveel calamiteitenhout moet ruimen en vermarkten. Ongeveer 25% van de jaarlijks te oogsten hoeveelheid hout bestaat uit stormhout, bomen met sneeuwbreuk en door letterzetter aangetaste bomen. De onderstammen (eerste 5 meter) van de geoogste bomen worden in de regel verkocht als hout voor kozijnen (interieur). Het merendeel van de zwaardere stamstukken wordt verkocht als constructiehout. Het dunnere stamhout (het resthout) gaat ook naar zagerijen voor kleiner timmerhout. Het dunnere stamhout wordt tevens gebruikt voor lamineren (bijv. gelamineerde spanten). Voor de plaat- en papierindustrie blijft slechts weinig hout over. De prijzen die men voor fijnsparren krijgt, zijn voor Nederlandse begrippen erg hoog (zeker op dit moment). Het kozijnhout levert 100 euro/m3 op, constructiehout 65 - 95 euro/m3 en het resthout voor 38 -€“ 48 euro/m3. Het gaat hier om prijzen aan de weg. Veel hout uit Oostenrijk gaat naar het dichtbijgelegen Italië. Lariks en met name het noestvrije zware lariks levert 67 -€“ 150 euro/m3. In Oostenrijk wordt noestvrij lariks gebruikt voor toepassing in luxe interieurwerk, zoals deurfineer en aftimmerwerk. Er zijn diverse zagerijen die gespecialiseerd zijn in het verzagen van lariks.

Excursie 19 juni

Deze dag hebben we twee boerenfamilies bezocht die ook bosbouw in hun bedrijfsvoering hebben. Veel zaken die hierboven beschreven zijn, kwamen ook hier weer terug. Door één van de bedrijven werd een bijzondere product gewonnen: larikshars. Hiervoor werd een diep gat aan de stamvoet van de boom gemaakt waaruit ééns per jaar met een grote guts het (nog vloeibare) hars gewonnen werd. De waarde van de ruwe hars was echter niet erg hoog, het werd gezien als een leuke bijverdienste voor één van de jongere boerenzonen. Van het hars werden cosmetische artikelen gemaakt. Tijdens deze excursiedag werden diverse verjongingsplekken (stormgaatjes) van lariks bekeken. In deze verjongingsplekken treedt een grote differentiatie in hoogtegroei op. Dit werd echter door niemand als negatief ervaren. De voorlopers werden erg gewaardeerd. Dit waren de sterkste en snelste groeiers. Deze bomen moesten de toekomstige toekomstbomen worden. Niemand maakte zich druk over de eventuele zwaardere betakking van deze bomen. Dit zou wel meevallen. De Engelse term voor zwaar betakte voorlopers is trouwens "€œwolftrees"€. Klinkt stoer niet? Zullen we die er maar in houden? Over de bloemenpracht in deze kleine stormgaatjes en de weelde die dit voor vlinders en andere nectarverzamelaars opleverden werd niet gerept: hout, hout, hout - daar ging het om! Na een afdaling van enkele honderden meters door het bos werd ons getoond hoe met een eenvoudig en goedkoop kabelsysteem op zeer steile hellingen hout uit het bos getakeld kon worden. Het kabelsysteem was door de boer zelf bedacht en werd aangedreven met een middelgrote landbouwtrekker. De boer heeft zelfs een prijs gekregen voor deze uitvinding.

Eigen indruk

Voor mij (Bas van de Wiel) was het ontzettend leuk en leerzaam om op deze excursie aanwezig te mogen zijn. Ik heb veel geleerd, een leuke tijd gehad en leuke en nuttige contacten opgedaan of onderhouden. Jammer was echter dat de thema'€™s op de diverse dagen niet veel van elkaar afweken en dat het aantal excursiepunten op per dag veel te groot was. Hierdoor was er weinig tijd voor het stellen van vragen of het voeren van discussie. Voor de oudere deelnemers was het moeilijk begaanbare terrein en de soms grote afstanden tussen de excursiepunten een zware kluif. Wat me wel duidelijk is geworden is dat het Europese Pro Silva beheer een duidelijk minder brede functievervulling heeft dan "€œons"€ geïntegreerd bosbeheer. De culinaire verzorging was uitstekend. Verder dank ik de KNBV van harte voor hun financiële bijdrage aan mijn deelname aan deze excursie.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.