Home >> Artikelen >> Investeren in bos: weggegooid geld of goed vakmanschap?

Artikelen

Aardhuissymposium 2015

Investeren in bos: weggegooid geld of goed vakmanschap?

Een Verslag van de Activiteitencommissie door Gerard van Looijengoed
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Van een fictieve 5% rendement op bos, tot groeimodellen; en van ‘Bosbouw in voor- en tegenspoed tot Waldreinertrag; het kwam allemaal aan de orde tijdens het 11e Aardhuissymposium op donderdag 5 maart. Onder leiding van dagvoorzitter Hank Bartelink namen vier sprekers de ruim 90 aanwezigen mee in de zoektocht naar het antwoord op de vraag: Investeren in bos: weggegooid geld of goed vakmanschap?

De aftrap was voor Huib Silvis van het LEI dat in opdracht van EZ de trends in kosten en opbrengsten van particulier bosbeheer in kaart brengt. Hij gaf met een heldere presentatie inzicht in de verdeling van de bosoppervlakten over de diverse eigenaren, de trends in het eigendom en de verdeling van de eigendommen over de verschillende particulieren bosbedrijven in oppervlakte en regio. Zowel in de vergelijking regio-oppervlakte als aantal-oppervlakte zijn een aantal opvllende bevindingen te melden. Zo is er in de regio noordoost een groot aantal bedrijven en ook het meeste bosareaal, is het aantal kleine bosbedrijven (5-25ha) erg hoog in Nederland (circa 10.000 ha bos en meer dan 900 eigenaren en zijn er relatief weinig eigenaren met meer dan 250 ha bosareaal. Middels een optimistische advertentie werd de brug geslagen naar het rendement van bosgrond (volgens de advertentie 5%). Uit de steekproefcijfers van het netwerk particulier bosbeheer blijkt dat de grotere bosbedrijven de laatste jaren rendabeler zijn geworden, voornamelijk door te bezuinigen op de kosten en door te profiteren van de stijging van de houtprijzen. Wel wordt er nog altijd minder geoogst dan de bijgroei, circa 3,8 m3/ha, maar word er wel gemiddeld meer dan € 140,00 aan houtopbrengst gegenereerd per hectare. Aan de inkomstenkant worden de grootse inkomstenbronnen gevormd door de houtopbrengsten van houtverkoop op stam en door de subsidies. De grootste kostenposten zijn leiding geven en toezicht houden samen met het onderhoud. Huib kon de conclusies dan ook positief afsluiten, met de constatering dat het uitoefenen van het bosbedrijf gemiddeld een licht positief rendement oplevert.

Patrick Jansen van Probos verzorgde de tweede presentatie met als onderwerp: rendement uit bos of bodem. Na een inleiding over de huidige inkomsten uit houtoogst en een toelichting op de uitdaging voor de Nederlandse bosbouwers: namelijk om kwalitatief hoogwaardige verjonging van de grond te krijgen, werd een tweetal theorieën toegelicht die de economische grondslag vormen voor het huidige bosbeheer en die voor veel onbegrip kunnen zorgen tussen aanhangers van beide theorieën. Het betrof de bekende Bodenreinertrag, oftewel het bosrenterekenen, en de Waldreinertrag, vrij vertaald met going concern. In de Bodenreinertrag staat de economie centraal en word gestreefd naar het maximaliseren van de netto contante waarde. Dit is het tegenovergestelde van de Waldreinertrag, waarbij maximalisatie van de jaarlijkse winst en de sociale verantwoordelijkheid van de boseigenaar leidend zijn. Door Patrick werden de verschillen in beheer naast elkaar gezet, waarbij het belangrijk is om in gedachte te houden dat de soort bos, de standplaats en de traditie mede bepalen welke filosofie gevolgd word. Waarbij de één niet beter is dan de ander maar waarbij wel duidelijk moet zijn welke filosofie de bosbouwer aanhangt.

De verschillen zijn in tabelvorm verder benoemd.

WaldreinertragBodenreinertag
Langere omlopenKortere omlopen
Veel investeringen in kwaliteitWeinig investeringen in kwaliteit
Ook langzaam groeiende boomsoorten Liefst snelgroeiende boomsoorten
(Dik) kwaliteitshoutBulkhout
Ook kleinere opstandenGrote opstanden
Ook kleinschalige oogstGrootschalige oogst
Heterogene bossenHomogene bossen (normalwald)
Meer aandacht voor ecologische en sociale waardenMinder aandacht voor ecologische en sociale waarden
Eikenteelt (Spessart)Fijnsparrenteelt (Eiffel)
Naar: Patrick Jansen, Probos 2015

Na de pauze was het woord aan Tieke Poelen van Kroondomein Het Loo, die hiermee een thuiswedstrijd speelde. Hij gaf met veel humor een kijkje achter de schermen bij het voorbereiden van zijn presentatie wat het publiek dan ook beloonde met een gulle lach. De titel van zijn bijdrage was: Waarom investeren als het bos je alles al geeft? Deze stelling werd door Tieke onderbouwd met cijfers uit de rijke historie van Kroondomein Het Loo. Na de bekende stormen van 1972 en 1973 werd eind jaren ’70, begin jaren ’80 de eerste natuurlijke verjonging zichtbaar. De omslag naar het natuurvolgend bosbeheer vond gelijkelijk aan plaats in de daaropvolgende decennia. Het personeelsbestand van het Kroondomein kromp ook fors in, in die periode. Van 1 medewerker per 200 ha in 1970 tot 1 per 600 ha in 1995. Tieke zette daar de ontwikkeling van de houtmarkt tegenover, van 1990 tot 2007 lage prijzen, na 2007 tot op heden stijgende prijzen die zomaar € 30,00/m3 hoger zijn. Door uit te gaan van de Pro Silva uitgangspunten werd hieruit de volgende gedachte gedestilleerd: Bij ecologie lijkt het resultaat van je investering van ondergeschikt belang. Bij economie is financieel rendement dwingend, ook op lange termijn!

Evenwicht, bedrijfszekerheid, flexibiliteit, continuïteit en diversiteit zijn hierin sleutelbegrippen en leiden tot de tussenconclusie: boswachter blijf wachten tot het bos naar jou komt!

Na deze samenvatting werden enkele (bosbouw technisch verantwoorde) ‘vieze plaatjes’ getoond uit de opstandstabellen. Waarna er met keurige berekeningen werd aangetoond dat minimaal maar gericht ingrijpen en investeren in de natuurlijke verjonging zeer lonend kan zijn, zelfs met het meenemen van 1,2% prijsindexstijging. An passant werd het oude adagium: ’Boompje groot plantertje dood’ omgebogen naar: ‘Boompje in ’t verschiet, plantertje failliet’.

De vierde en laatste presentatie werd minder vaak onderbroken met gelach, maar gaf een zeer heldere uiteenzetting van het doorrekenen van de QD-methode doormiddel van een bosgroeimodel. Frank Nooijens (student aan de WUR) toonde doormiddel van een computersimulatie en een serie berekeningen aan dat de rentabiliteit bij een rente van 1,5% en met de houtprijzen van nu voor QD-beheer lager ligt dan bij regulier beheer. Vervolgens werd zowel het break even point (waarbij met beide methodes een opbrengst genereren die de kosten dekt) als het punt waarbij beide methoden gelijke opbrengsten geven; berekend. Tezamen met de prijzen van de rondhoutveiling in Nedersaksen (Dld) en Nederland liet de berekening zien dat voor grove den de investering zeker in Duitsland terugverdiend werd, maar dat dit voor Douglas niet altijd het geval is, maar dat het zeker niet onmogelijk is rendement te behalen op een goede investering in kwaliteitsbomen. Datzelfde geldt voor Japanse lariks en Inlandse eik, de lariks is zeker met Duitse prijzen goed break even te telen, terwijl de zomereik dit absoluut niet kan in Nederland. Investeren in bosbeheer is zo gek nog niet was dan ook de slotsom van zijn presentatie, waarmee Frank weer teruggreep op de voorafgaande presentaties: bedenk goed wat is je doel, investeer slim en gericht en maak gebruik van wat de natuur je biedt.

De plenaire discussie die volgde spitste zicht toe op een aantal punten:

  • De verhouding tussne kwaliteit en kwantiteit en de vraag of de vraag van de markt of juist het aanbod van de boseigenaar leidend is.
  • De vraag of gericht geïnvesteerd moet worden of dat juist grootschaligheid de toekomst heeft.
  • De eenvoudige rekensom dat als iedere Nederlander € 4,00 per jaar betaald, er net zoveel geld beschikbaar is als met de hele houtoogst, plaatste de discussie weer in de juiste context. Afsluitend werd nog opgemerkt dat er niet alleen fineer en bulk is; maar dat er ook in de tussenkwaliteit veel winst te behalen is.

De dagvoorzitter sloot met een dankwoord richting sprekers en publiek het 11e Aardhuissymposium af. De discussie werd tijdens de afsluitende borrel nog voortgezet, wat aangaf dat het thema en de sprekers goed aanspraken en we dan ook terug kunnen kijken op een geslaagde middag.

Gerard van Looijengoed, Activiteitencommissie

Download

Reacties

Er zijn nog geen reacties.