Home >> Artikelen >> KNBV-reactie op concept PEFC-standaard

Artikelen

KNBV-reactie op concept PEFC-standaard

Een Bericht van Bestuur
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

PEFC Nederland
t.a.v. dhr. J. Vlieger
Postbus 186
3390 DD Houten

Den Haag, 6 april 2010

Betreft " " " " " " " " " " " " " "  : KNBV-reactie op concept PEFC-standaard
Uw lidnummer " "  : n.v.t.
Ons kenmerk " " " "  : KNBV- P.M.
Behandeld door "  : M.H.A. van den Ham

Geachte heer Vlieger,

Naar aanleiding uw verzoek van 26 februari 2010 aan de Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging om in te stemmen met het aanbieden van de PEFC-Standaard Nederland voor de publieke consultatie stuur ik u hierbij de KNBV-reactie op uw concept standaard.

Er is een drietal principiële punten waarvan de KNBV vindt dat deze dienen te worden aangepast.

Deze punten zijn:

  1. In de standaard dient opgenomen te zijn dat een goed beheerplan leidend is. De audit zou niet alleen moeten controleren of volgens het beheerplan wordt uitgevoerd, maar zou tevens een kwaliteitscontrole op het beheerplan in dienen te houden. De kwaliteitscriteria van het beheerplan dienen in dit proces helder te zijn. De PEOLG geeft met de "€œGuidelines for Forest Management Planning"€ bij de verschillende Principes handvatten die ook in het voorliggend document uitgewerkt zouden moeten worden.
  2. De deskundigenverklaring dient te allen tijde door een externe partij te worden afgegeven en op schrift te worden gesteld. De publieke verantwoording is anders onvoldoende geloofwaardig.
  3. De definitie van wat onder de standaard kan vallen, leidt er toe dat als het ware per "€˜solitaire boom"€™ kan worden gecertificeerd. Deze definitie heeft een afbreukrisico in de consultatie in zich. Het uitgangspunt voor certificering zou de ecologische eenheid "€˜bos"€™ dienen te zijn. De KNBV stelt de volgende definitie voor van bos dat onder de standaard kan vallen: een houtopstand met een oppervlakte van 10 are of meer bestaande uit bomen, struweel, hakhout of griend.

    Daarbij zouden de volgende elementen uitgesloten dienen te worden:
  • houtopstanden op erven en tuinen;
  • fruitbomen;
  • rijbeplantingen langs wegen;
  • houtopstanden gericht op de kweek van kerstbomen;
  • kweekgoed.

Naast bovengenoemde drie principiële punten heeft de KNBV de volgende opmerkingen, die we graag verwerkt zouden zien in de concept standaard, zo mogelijk nog voorafgaande aan de publieke consultatie:

Onder principe 1 staat een viertal punten met streepjes er voor. We stellen voor deze niet te noemen als er verder niets mee gebeurt. Dat lijkt in ieder geval het geval bij "€˜het bijdragen aan de koolstofkringloop"€™.

Bij criteria 1.1 t/m 1.3 vragen wij ons af of deze in relatie tot het principe staan.

Bij criterium 1.4 staat "€˜Europees of landelijk onder druk staande soorten of habitattypen"€™. We zijn van mening dat de lijst van deze soorten en habitattypen onderdeel zou moeten zijn van de standaard.

Bij criterium 1.5 wordt aangeven dat de houtvoorraad op middellange en lange termijn gerelateerd moet zijn aan de doelstellingen in het beheerplan. Dit element "€“ houtvoorraad "€“ komt niet terug in "€œRichtlijn 1 Beheerplan"€.

Onder principe twee staat dat rekening gehouden moet worden met de kwetsbaarheid van het ecosysteem. De vraag is wat dat is, en hoe dat dient de worden aangetoond. In de standaard lijkt dit gereduceerd tot "€˜spuiten"€™ en "€˜bodem"€™. Dat lijkt erg marginaal. Het zou ook kunnen gaan over zaken als netwerken van natuur, a-biotische randvoorwaarden en depositie.

We stellen voor criterium 2.2 te laten vervallen en vast te stellen dat bosbemesting niet is toegestaan. Zo niet, dan zou dit helderder en meer beperkend geformuleerd dienen te worden. Daarbij dienen vragen te worden beantwoord op het gebied van: de wijze waarop e.e.a. dient te worden aangetoond, gele naalden of naaldanalyse, welke grenswaarden, welke meststoffen, in welke hoeveelheden, etc.

In criterium 2.4b ontbreekt de lijst van zeldzame, gevoelige en representatieve ecosystemen en van beschermde en unieke soorten.

Bij 2.4c lijkt het of wegdrainage aangelegd moet worden. Is dat wel de bedoeling?

Bij 2.4c is in de huidige formulering niet helder of alle activiteiten dienen te worden ondernomen om spoorvorming te voorkomen, of dat een keuze uit de geschetste maatregelen kan worden gemaakt.

In 3.1 wordt aangegeven dat er moet worden gedaan wat er in het beheerplan staat. De KNBV acht het in aanvulling daarop wenselijk op te nemen dat er in het beheerplan expliciet aandacht voor de productie van niet-houtproducten en diensten moet zijn.

In 3.2 zou kunnen worden aangegeven of het afvoeren van tak- en tophout wel mogelijk is voor landschappelijke beplantingen.

In de PEOLG worden uitspraken gedaan over de kwaliteit van de verjonging. Dit element ontbreekt bij principe 3, terwijl het daar wel terug zou moeten komen.

Bij 4.1 wordt gesproken over een "€˜bosbeheerseenheid"€™. Daar kan beter worden aangegeven "€˜het gecertificeerde eigendom"€™.

In 4.1 staat: een substantieel aandeel inheemse boomsoorten. De vraag is wat substantieel is. Is dat 20% inheems loof? Overwogen kan worden om in plaats van "€˜substantieel"€™ een percentage te noemen, bijvoorbeeld 50%, 60% of 70% met specificatie van het loofhout als extra kwaliteit.

In criterium 4.3 schuilt een valkuil. Veel mensen denken dat in de jonge fase geen dood hout thuishoort. In natuurlijke bossen komt dat juist heel veel voor. Waar het minder voorkomt, is in de stakenfase en de jonge boomfase. Bewust met ecologie omgaan zou dus moeten inhouden dat na (kaal)kap juist ook dood hout achtergelaten wordt in het bos.

Het zou goed zijn om in 4.4 toe te voegen dat landelijk of regionaal weinig voorkomende inheemse soorten ook worden behouden. Ter illustratie: al is er in een gecertificeerd eigendom sprake van alleen wintereik, dan is dat geen reden dat niet (geheel) te behouden.

In 4.6 dient te worden toegevoegd: achterlaten van dood hout in bepaalde (ruime) hoeveelheid.

4.9: "€˜wordt"€™ moet "€˜worden"€™ zijn. Daarnaast is het de vraag wat de beheeroverwegingen kunnen zijn en wat gedocumenteerd dient te worden. De essentie is waarschijnlijk dat bosbegrazing kan worden toegepast zolang de verjonging van het bos en daarmee het duurzaam voortbestaan niet in het geding is.

In de tweede regel van 4.12 staat "€˜behoud"€™. Dit dient verwijderd te worden. De eigenaar zal zich altijd in moeten zetten voor het behoud van populatie. De zinsnede "€˜voor zover de instandhouding van het bos niet in het geding is"€™ zou verwijderd moeten worden. Dit staat al in 1.4.

Bij 5.2 dient te worden toegevoegd: "€˜voor zover dit binnen de invloed van de boseigenaar mogelijk is."€™

In 6.9 dient de opsomming in overeenstemming te zijn met beheerplan. De term "€˜religieus"€™ dient te worden vervangen door "€˜spiritueel"€™.

Ten aanzien van het beheerplan lijkt het realistisch een minimumeis inzake het areaal te stellen. Onder dat minimum zouden boseigenaren samen moeten werken.

In de beschrijving van de "€˜minimale"€™ inhoud van het beheersplan ontbreekt bij de "€œBeschrijving plangebied"€ een beschrijving van de "€œsocial values"€ (PEOLG 1.1.a. en 1.1.b.).

In de tabel in hoofdstuk 4 (richtlijnen) van de concept standaard staat dat de vitaliteit beschreven dient te worden. De vraag is of dit praktisch mogelijk is. Het meten ervan zal een te grote inspanning vergen en de uitspraak "€œhet ziet er vitaal uit"€ zal niets inhouden. DE PEOLG 2.1b geeft hiervoor wel een aanzet, die echter niet wordt uitgewerkt.

Bij het laatste streepje van "€˜Beschrijving plangebied"€™ dient archeologie toegevoegd te worden.

In de kolom "€˜Klein"€™ en de rij "€˜bosstructuur en menging"€™ staat geen bolletje, terwijl daar bij doelstelling wel iets over gezegd moet worden. Het bolletje dient derhalve te worden toegevoegd.

De doelstelling moet voor zowel lange als middellange termijn worden vastgelegd. De beheerplanning is het uitvloeisel hiervan en geeft aan wat de komende periode kan gebeuren om te sturen richting het doel.

Onder "€˜doelstelling"€™ zal bij het eerste streepje "€˜houtvoorraad"€™ opgenomen moeten worden, waardoor de minimale en maximale oogst meer betekenis krijgen.

Met vriendelijke groet,

Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging

M.H.A. van den Ham, secretaris

Meer over de PEFC standaard:

Reacties

Er zijn nog geen reacties.