Home >> Artikelen >> Natuurvolgend bosbeheer en een hoge wildstand: gaat dat samen?

Artikelen

Verslag Pro Silva najaarsexcursie 2016

Natuurvolgend bosbeheer en een hoge wildstand: gaat dat samen?

Een Verslag van Pro Silva door Martijn Boosten
Met bijdragen van Patrick Jansen en Robbert Wolf
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Het Nederlandse bos is een belangrijk leefgebied voor grofwild, zoals ree, edelhert en wild zwijn. In veel gebieden is de grofwildstand de laatste jaren sterk toegenomen. Hoge(re) wildstanden leiden in toenemende mate tot zorgen bij bosbeheerders over vraat aan verjonging en schil- en veegschade aan jonge bomen. Pro Silva staat voor natuurvolgend bosbeheer, waarbij je wilt werken aan gemengde en stabiele bossen met een breed palet aan houtoogstmogelijkheden en een goede balans tussen economie en ecologie. Daarbij wil Pro Silva zoveel mogelijk gebruik maken van natuurlijke processen. Tijdens de Pro Silva najaarsexcursie op 5, 6 en 7 oktober in het Speulder en Sprielderbos is gediscussieerd over de vraag: hoe kun je met een hoge wildstand werken aan natuurvolgend bosbeheer volgens de Pro Silva principes?

Effecten op verjonging

De Veluwe kent verschillende leefgebieden voor het edelhert. Het Speulder en Sprielderbos valt onder de Noordwest Veluwe. Volgens het Faunabeheerplan Grofwild Gelderland 2014-2019 is de gewenste voorjaarsstand van edelherten voor de Noordwest Veluwe 280 stuks. De actuele stand in het voorjaar van 2013 bedroeg echter rond de 600 edelherten. Deze hoge wildstand heeft aanzienlijke effecten op de bosverjonging. Uit waarnemingen van de beheerders blijkt dat er in het Speulder- en Sprielderbos nauwelijks beuken- of andere loofhoutverjonging van 15 jaar of jonger aanwezig is. Uit metingen van studenten van Wageningen Universiteit uit de periode 2014-2016 naar de vraat aan verjonging kleiner dan 1,6 m, blijkt dat loofhoutverjonging het sterkst wordt aangevreten door het wild. In niet-uitgerasterde verjongingen domineren naaldbomen. Het vraatpercentage aan loofbomen varieert tussen de 42% (2014) en 71% (2016). Bij naaldbomen was in 2015 31% van de verjonging aangevreten. Ook kennen uitgerasterde verjongingen een veel hogere dichtheid aan bomen dan niet-uitgerasterde verjongingen. Dit beeld werd bevestigd tijdens de Pro Silva excursie waar diverse verjongingen zijn bezocht. De conclusie was dat een hoge wildstand het palet aan boomsoorten waarmee je als (Pro Silva) beheerder kunt werken aanzienlijk verkleint. Ook de keuzeopties van de beheerder worden beperkt, aangezien de dichtheden van verjonging onder invloed van hoge wilddruk een stuk lager zijn.

Stamkwaliteit

Tijdens de excursie werd een verjonging van Japanse lariks bezocht van 10 jaar oud. Een aanzienlijk deel van de bomen in deze verjonging had veeg- of schilschade. Totdat bomen een diameter (dbh) van ongeveer 15 cm hebben, blijven ze aantrekkelijk voor reeën of herten om te schillen of vegen. Tijdens de excursie werd de vraag gesteld hoe zorgelijk schil- of veegschade is. De ervaring leert dat soorten als douglas, grove den en Japanse lariks zich meestal wel herstellen van deze schade. De schade overgroeit waarna zich nog een stam met een redelijke foutvrije mantel kan ontwikkelen. Volgens sommige deelnemers is het effect van wild op de stamkwaliteit geen probleem, zolang de schade zich in de noestige kern bevindt. Het is onbekend of de overgroeide schade sneller leidt tot kernrot bij bomen op latere leeftijd. Hier is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan. Een deelnemer stuurde na afloop van de excursie foto’s van dwarsdoorsnedes van boomstammen met overwalde schilschade. Deze foto’s zijn gemaakt in de jaren tachtig van de twintigste eeuw bij een onderzoek naar schilschade bij bomen in Boswachterij Nunspeet. Op een deel van deze foto’s is te zien dat ook na overwalling schilschade een zwakke plek blijft in de stam. Het is echter nog onduidelijk hoe schadelijk schil- en vreetschade nou precies is.

Wildbeschermingsmaatregelen

Tijdens de excursie zijn diverse wildbeschermingsmaatregelen bekeken. Staatsbosbeheer, beheerder van het Speulder- en Sprielderbos, kiest op veel plekken voor het plaatsen van stroomrasters om voldoende verjonging van een goede kwaliteit van de grond te krijgen. Dit vergt echter een behoorlijke investering. Het plaatsen van een raster met stroomdraden met een zonnepaneel (voor de stroomopwekking) kost ongeveer €5,- per meter. De ervaring is wel dat materiaal voor stroomrasters goed kan worden hergebruikt, waarmee de kosten op de lange termijn lager zijn. Een stroomraster vergt daarnaast onderhoud. Er moet tweemaal per jaar worden gemaaid om weglekken van stroom door vegetatie tegen de draad te voorkomen. De vraag rees tijdens de excursie of dergelijke kosten wel opwegen tegen de opbrengsten (voordelen). Vanuit de Pro Silva gedachte willen we zo min mogelijk onzekere investeringen doen in het beheer. Daarnaast is het bij rasteren vanuit kostenoogpunt noodzakelijk om grootschalig te werken (te verjongen). Kleine groepjes uitrasteren is te kostbaar. De vraag is daarom hoe rasteren past bij de Pro Silva uitgangspunten om te werken aan gelaagde en gemengde bossen waar het bosklimaat zo veel mogelijk in stand wordt gehouden. Kunnen we bij hoge wildstanden een uitkap-achtig (Dauerwald) systeem vergeten? Enkele deelnemers suggereerden daarom om de oplossing vooral te zoeken in samenwerking met de wildbeheerders. Maak duidelijke afspraken over (tijdelijk) verhoogd afschot of het verlagen van de wilddruk (door verstoring) in bepaalde delen van je bos waar je verjonging wilt realiseren.

Niet alleen herten en reeën

Tijdens de excursie bleek (tot verrassing van velen) dat ook wilde zwijnen aanzienlijke schade aan verjonging kunnen veroorzaken. Een aanplant van douglas is na drie jaar volledig uitgegraven door de wilde zwijnen. Is dit het gevolg van het gebruik van plantsoen afkomstig van de kwekerij? Echter, ook een natuurlijke verjonging van douglas en Japanse lariks was hetzelfde lot beschoren.

Tot slot

De excursie in het Speulder- en Sprielderbos laat zien dat een (te) hoge wildstand in dit gebied een negatieve invloed heeft op:

  • De variatie aan boomsoorten en de verjongingsdichtheid en daarmee op je beheerkeuzeopties voor de toekomst;
  • Het aandeel loofboomsoorten en daarmee je natuurwaarde;
  • De stamkwaliteit (als gevolg van vraat, veeg- en schilschade) en daarmee op je toekomstige houtinkomsten.

Een Pro Silva benadering van het bosbeheer, waarbij er wordt gewerkt aan de verhoging van het aandeel inheemse loofbomen, kleinschalig wordt gewerkt en (onzekere) investeringen in het bos worden vermeden, lijkt moeilijk samen te gaan met wilddichtheden zoals die nu voorkomen in het Speulder- en Sprielderbos. Het nemen van wildbeschermingsmaatregelen zoals rasteren of boomkokers lijken ook niet te passen binnen de Pro Silva gedachte. De oplossing moet eerder worden gezocht in het (plaatselijk) verlagen van de wildstand door afschot of verstoring. Niet voor niets stellen onze oosterburen in hun (ANW) richtlijnen voor natuurvolgende bosbeheer: “Naturgemäße Waldwirtschaft ist ein Konzept, das nur bei tragbaren Wilddichten funktioniert”.

Met dank aan:

  • Leon Hahn voor het verzamelen van achtergrondinformatie voor de excursie
  • Jan den Ouden voor het ter beschikking stellen van de onderzoeksresultaten naar vraat aan topscheuten in verjongingsvlaktes in het Speulderbos
  • Margriet Montizaan voor het toesturen van foto’s van overwalde schilschade aan bomen in boswachterij Nunspeet

Reacties

Er zijn nog geen reacties.