Home >> Artikelen >> Opties voor de es

Artikelen

Verslag middagbijeenkomst 182ste ALV

Opties voor de es

Een Verslag van de Activiteitencommissie door Casper de Groot
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Wie te maken heeft met het beheer van bos en natuurterreinen en openbaar groen weet inmiddels van het bestaan van de essentaksterfte. De impact ervan begint langzaamaan overal door te dringen. De toekomst van de es, een prachtige boomsoort die een belangrijke positie inneemt in onze bossen op de rijke gronden en in het Nederlandse landschap, ziet er verre van rooskleurig uit. Sterker nog, we mogen blij zijn met iedere es die we kunnen behouden. De ziekte heeft de laatste jaren sterk om zich heen gegrepen. Reden voor de KNBV om nog maar eens aandacht te besteden aan het probleem tijdens de themamiddag aansluitend aan de Algemene Ledenvergadering van 4 november 2016. Er werd daarbij specifiek gekeken naar het effect op essenhakhout, met een bezoek aan essenhakhoutpercelen op landgoed Kolland bij Amerongen.

Schimmel veroorzaakt sterfte

Essentaksterfte wordt veroorzaakt door de schimmel vals essenvlieskelkje (Hymenoscyphus fraxineus, met als aseksuele vorm Chalara fraxinea). Deze verspreidt zich over grote afstanden door de lucht. Daardoor is de ziekte inmiddels ook zo wijdverspreid. De aantasting begint bij de blad- en takaanzet en is te herkennen aan donkere verkleuring van de bast. Jonge scheuten worden als eerste aangetast en sterven vrij snel af. De infectie vindt ieder jaar opnieuw plaats en de mate van aantasting kan per jaar verschillen afhankelijk van de hoeveelheid sporen in de lucht. Jaar na jaar zal de boom investeren in jonge scheuten die weer afsterven, waardoor deze steeds verder verzwakt en kwetsbaar wordt voor andere ziekten en aantastingen die normaal gesproken geen grote problemen veroorzaken. Bij verjonging, jonge opstanden (jonger dan 35 jaar) en recent uitgelopen hakhout gaat het proces van aftserven sneller dan bij oude bomen.

Effecten overal zichtbaar

De effecten van essentaksterfte zijn inmiddels overal zichtbaar, van bossen tot rijbeplantingen langs lanen en wegen en van hakhoutpercelen tot parken. Tot nu toe levert het op economisch vlak vooral hogere kosten op voor veiligheidssnoei. Maar de impact in bossen en hakhoutpercelen zal de komende jaren zowel ecologisch als economisch en recreatief een veel grotere impact hebben. In bossen wordt het verlies gevoeld van de es als bepalende boomsoort binnen het bosecosysteem van de rijkere gronden met bijbehorende specifieke natuurwaarden. Economisch gezien komt er een dubbele klap. Enerzijds is er het verlies van staand kapitaal en bijgroei en anderzijds hoge investeringen in herplant met een soms weinig rendabele oogst. Ten slotte zal de aanpak van het probleem een behoorlijk grote impact hebben op het landschap en de woon- en leefomgeving. In het meest positieve scenario zal maximaal 10% van de es in ons land behouden zal blijven, maar waarschijnlijker lijkt inmiddels dat dit op 1 tot 5% zal uitkomen.

Essenhakhout

Doordat vooral jonge scheuten worden aangetast door essentaksterfte, is essenhakhout extra kwetsbaar. De bijzondere natuurwaarden die worden geassocieerd met essenhakhout zijn afhankelijk van de factoren:

  • Relatieve luchtvochtigheid
  • Basisch strooisel
  • Basische, ruwe essenschors
  • Matige beschaduwing

Door de essentaksterfte vallen drie van deze factoren weg. Het hakhout komt immers niet meer in sluiting. Alleen de schors blijft voorlopig over. Op landgoed Kolland wordt geprobeerd om de essenhakhoutstoven zo lang mogelijk te behouden. Het essenhakhout wordt niet meer afgezet en nog enigszins vitale essen worden voorzichtig vrijgezet. Op het overige deel van de oppervlakte wordt met de aanwezige bomen (eik en els) en groepsgewijze aanplant van andere boomsoorten bos in sluiting gebracht. Op deze manier wordt in elk geval de relatieve luchtvochtigheid en beschaduwing terug te brengen. De hoop is dat de essenhakhoutstoven met bijbehorende biodiversiteit op deze manier lang behouden kunnen blijven, ook al zijn ze afgestorven. Het is moeilijk te zeggen hoe lang de specifiek met essenhakhout geassocieerde soorten op deze manier kunnen worden behouden. Pas later wordt de keuze gemaakt voor bos, middenbos of hakhout. Een andere mogelijkheid is direct over te gaan op hakhoutbeheer met andere boomsoorten, zoals zwarte els, esdoorn, wilg, iep of hazelaar. De sterke verruiging (met name braam) zorgt er echter voor dat meestal een aantal jaren van intensieve onkruidbestrijding nodig zullen zijn.

Grootschalig ingrijpen onvermijdelijk

In veel essenopstanden zijn de effecten groot. Vaak staan bomen langs de rand van de opstand nog redelijk in het blad, maar binnen in de opstand zijn de meeste bomen dood of stervend. Het beeld is nu op z’n zachtst gezegd al niet fraai. Op basis van inventarisaties is voor de terreinen van Staatsbosbeheer de inschatting gemaakt dat 85 tot 90% van de essenopstanden matig of zwaar is aangetast. In de komende jaren is een verdere verslechtering te verwachten. Gezien het grote aandeel es dat zal verdwijnen is grootschalig ingrijpen in essenopstanden op korte termijn noodzakelijk. Deze uitdaging vraagt om een landelijk gecoördineerde aanpak. Mogelijk kan een nationaal programma essentaksterfte worden opgezet.

Opties voor omvorming

Aangezien de meeste essenbossen zwaar zijn aangetast, zal een complete omvorming met behoud van enkele groepjes of individuen de realiteit zijn. Een voorgestelde aanpak bij monoculturen van es en opstanden met een groot aandeel es (>70%) die matig of zwaar zijn aangetast, is bij de eerste dunning 50% van de es te kappen en 30% bij de tweede werkgang. De overige 20% zijn de eventueel overgebleven vitale bomen of kan afsterven in de opstand. De 50% kap wordt gerealiseerd middels stroken of vlakken met een grillige vorm variërend van 0,25 tot 0,75 ha groot en in sommige gevallen tot maximaal 1 ha. De boomsoortenkeuze voor herplant is uiteraard afhankelijk van groeiplaats en beheerdoelen, maar ook het stamtal van es speelt een belangrijke rol. Als het stamtal hoger is dan circa 1000 per ha, is het vanwege het hoge aantal stobben en wortels praktisch gezien heel moeilijk om te werken met bosplantsoen. Handmatig planten is dan eigenlijk de enige optie en zelfs dat is in deze situatie lastig uitvoerbaar. Dit brengt te hoge kosten met zich mee. Er kan in deze situaties beter worden gekozen voor herplant met staken van populier of wilg. Aangezien het doel voor de essenopstanden duurzaam loofbos is, en dit met aanplant van populier tijdelijk wordt verlaten, kan ervoor worden gekozen populierenopstanden die toe zijn aan verjongingskap om te vormen naar duurzaam loofhout. Voor opstanden waar het stamtal niet zo hoog is, moet wat hoofdboomsoorten worden gedacht aan gewone esdoorn, zwarte els en inlandse eik. Daarnaast zijn linde, haagbeuk, gladde iep, fladderiep, zoete kers, zachte berk en veldesdoorn belangrijke boomsoorten om bij te mengen.

In gemengde opstanden waar es een aandeel van minder dan 50% heeft en verspreid is over de opstand, kan worden volstaan met het bevoordelen van de andere boomsoorten en het voorzichtig vrijstellen van enigszins vitale essen. Als er door het wegvallen van es een monocultuur overblijft, zou er minimaal een andere boomsoort moeten worden geplant. Afhankelijk van de overgebleven boomsoort(en) en mate van verruiging kan worden geplant onder de bestaande opstand of in groepen na groepenkap. Aanplant in groepen heeft sterk de voorkeur als de houtkwaliteit van belang is.

Sparen vitale essen

Er zijn bomen die minder gevoelig zijn voor essentaksterfte. In Brits onderzoek (Sollars et al. 2016)is de volledige genetische code van es ontrafeld en zijn binnen deze code variaties gevonden die de mate van tolerantie van de bomen kunnen verklaren. De informatie uit dit onderzoek maakt het mogelijk een begin te maken met gerichte vermeerdering van essen die niet of minder gevoelig zijn voor essentaksterfte. Een zo groot mogelijke genetische spreiding is daarbij van groot belang om de gevoeligheid voor ziekten zoveel mogelijk te beperken. Daarom moeten resistente essen in het bos worden geselecteerd en gespaard. Het is zaak op het juiste moment in het jaar te inventariseren en vitaal ogende bomen te sparen. In het Praktijkadvies Essentaksterfte van de VBNE wordt hiervoor half mei tot half juli geadviseerd. Hopelijk kan zo een basis worden gelegd om de es te behouden voor het Nederlandse landschap.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.