Home >> Artikelen >> Plenteren in Nederlandse douglasbossen?

Artikelen

Verslag najaarsexcursie Pro Silva 2010

Plenteren in Nederlandse douglasbossen?

Een Verslag van Pro Silva door Robbert Wolf
Met bijdragen van Meindert Bruggemans en Boudewijn Swart
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Kunnen we douglasmonocultures via plenterbeheer omvormen naar structuurrijk bos met hoge houtkwaliteit? Biedt deze op uitkapbeheer gerichte methode nieuwe mogelijkheden ten opzichte van werken met toekomstbomen? Deze vragen stonden centraal op de najaarsexcursie van Pro Silva.

Veel Nederlandse douglasbossen zijn monocultures waarin het accent op de houtproductiefunctie ligt. De beheerder stuurt in deze opstanden meestal via het vrijstellen van eerder aangewezen toekomstbomen. Tijdens de Pro Silva excursie hebben we gediscussieerd over hoe we dergelijke bossen door kunnen ontwikkelen naar productief douglasbos met een gevarieerde structuur. Daarbij hebben we ons laten inspireren door het plentersysteem. Dit richt zich op productie van hout met topkwaliteit via velling van individuele bomen met verschillende diameters en gebruik van natuurlijke verjonging. Bomen worden geveld bij de diameter waarbij ze het meest opbrengen. De exemplaren met de hoogste kwaliteit bereiken daarom de grootste stamdiameters.

De excursie vond plaats in 50 tot 60 jaar oude douglasmonocultures op de Veluwe. Opstanden met een bosbeeld dat in Nederland veel voorkomt, en daarmee voor beheerders herkenbaar is. Ter ondersteuning van de excursie zijn meetgegevens over de opstanden gebruikt, waarbij de bomen naar stamkwaliteit in drie klassen zijn ingedeeld.

De plentergedachte als inspiratie voor discussie over omvorming naar struct…
De plentergedachte als inspiratie voor discussie over omvorming naar structuurrijk douglasbos. Foto Robbert Wolf

"€˜s Ochtends waren we te gast op landgoed Kooiberg bij Apeldoorn. In de eerste opstand is in het verleden een groot aantal toekomstbomen aangewezen (ca.200/ha). Dit heeft ertoe geleid dat er nu bijna alleen nog toekomstbomen staan. De conclusie van de excursiedeelnemers was dat er in de opstand voldoende kwaliteit aanwezig is, maar weinig spreiding in stamdiameters. Om naar een plentersituatie toe te werken, zou de focus moeten liggen op het oogsten van dikke bomen met een lage stamkwaliteit. Dunne bomen met hoge kwaliteit zouden juist gekoesterd moeten worden. De meningen liepen uiteen over de mate waarin deze dunne douglassen, die vaak langere tijd in de verdrukking hebben gestaan, zich na vrijstelling kunnen ontwikkelen tot bomen van de gewenste omvang en kwaliteit. Wel overheerste de ervaring dat oudere douglas veel veerkracht heeft, vooral als er nog een behoorlijke kroon aanwezig is.

Het tweede object was op het eerste gezicht een kwalitatief slechte douglasopstand. Nader bezien, zagen de meeste deelnemers hier toch aanknopingpunten om op stamkwaliteit te gaan selecteren. Een aantal stammen is zeer recht, maar meestal wel zwaar betakt. Sommige deelnemers wijdden deze betakking aan een slechte herkomst, anderen aan een slechte start van de opstand. Door het grote aandeel kwalitatief slechte bomen, biedt deze opstand aanknopingspunten om ruimte te maken voor natuurlijke verjonging. Door bij dunningen consequent dikke bomen met lage kwaliteit te vellen, verbetert de kwaliteit van de opstand en komt er op kleine schaal ruimte voor verjonging. Er ontstaat zo geleidelijk meer variatie in stamdiameters en bosstructuur.

In de middag bezochten we een opstand op het Kroondomein bij Hoog Soeren. Een ander dunningsregime heeft hier geleid tot en veel grotere diameterspreiding. Dit biedt aanknopingspunten voor omvorming in de richting van een plenterachtig systeem. De aanwezigheid van dunne en dikke kwaliteitsbomen kan worden benut voor het creëren van twee lichtingen. Ondertussen kan via doordunnen in de bomen met mindere kwaliteit ruimte worden gemaakt voor natuurlijke verjonging.

Diameterspreiding biedt aanknopingspunten voor omvorming naar een plenterac…
Diameterspreiding biedt aanknopingspunten voor omvorming naar een plenterachtig systeem. Foto Robbert Wolf

Tijdens de discussies kwam de relatie tussen houtmarkt, indeling in kwaliteitsklassen en doeldiameters aan de orde. De houtmarkt, en daarmee de prijzen voor bepaalde houtsortimenten, fluctueert in de tijd maar verschilt ook tussen verschillende regio'€™s. Bij een plenterbenadering hangt de diameter waarbij bomen worden geveld samen met en de prijs die voor bepaalde sortimenten kan worden verkregen. Bomen worden immers geveld bij de diameter waarbij ze het meest opbrengen. Het is dus van belang om het bosbeheer en de toepassing van kwaliteitsklassen goed af te stemmen op de locale houtmarkt.

De Pro Silva excursie heeft veel praktische aanknopingspunten opgeleverd voor omvorming van monocultures naar structuurrijke douglasbossen. De plentergedachte is daarbij een nuttige inspiratiebron gebleken om productie van kwaliteitshout te combineren met een verbrede vervulling van bosfuncties. Als bosbeheerders voorbeeldobjecten gaan aanleggen van "€˜douglasplenterbos"€™ horen we dat graag. Misschien kunnen we daar dan over 15 jaar gaan kijken!

Reacties

Er zijn nog geen reacties.