Home >> Artikelen >> Pro Silva Excursie Rheinland in Duitsland

Artikelen

Verslag van 31 augustus tot 2 september

Pro Silva Excursie Rheinland in Duitsland

Een Verslag van Pro Silva door Martijn Boosten
Met bijdragen van Etiënne Thomassen
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Van 31 augustus tot en met 2 september 2011 heeft een groep van 11 mensen deelgenomen aan een Pro Silva excursie naar het Duitse Rheinland. Het excursieprogramma was samengesteld door de Landesgruppe Nordrhein-Westfalen van de Arbeitsgemeinschaft naturgemäߟe Waldwirtschaft, een Duitse zusterorganisatie van Pro Silva Nederland.

Graaf Nesselrode licht zijn beheer toe.
Graaf Nesselrode licht zijn beheer toe. Foto Etiënne Thomassen

De Duitse gastheren hadden een zeer interessant en afwisselend programma samengesteld. De eerste dag werden de deelnemers ontvangen op het 527 hectare grote bosbezit "´Gut Hombusch"´ van Dietrich Graf Nesselrode in Mechernich. Het gebied is in 1936 in bezit gekomen van de familie Nesselrode, nadat het enkele jaren daarvoor grotendeels was kaalgekapt door de vorige eigenaar, een Franse houthandelaar. De familie Nesselrode startte in de jaren 30 met de herbebossing van het gebied. Hierbij is veel grove den geplant, een soort die goed gedijt op deze relatief arme standplaats (Buntsandstein). Daarnaast herbergt het bos veel eik. Een groot deel van de eikenopstanden bestaat uit spaartelgenbos, dat is ontstaan nadat rond 1900 de eikenhakhoutcultuur in deze omgeving is gestopt en de eikenstoven "€˜op enen"€™ zijn gezet, waarbij per stoof één scheut werd gespaard en de rest werd verwijderd. In dit bos wordt vooral geoogst door middel van dunningen. De stelregel voor het dunnen is "€˜früh, oft und mäߟig"€™. Daarnaast wordt bij oudere bomen de stelregel gehanteerd dat ze pas worden geoogst als ze hun optimale kwaliteit hebben bereikt. Kaalslagen of groepenkappen worden niet of nauwelijks toegepast. Dit wordt gezien als kapitaalvernietiging, omdat hierbij ook bomen worden geoogst die nog niet hun optimale kwaliteit hebben bereikt. Het achterwege laten van kaalkap of groepenkap past bovendien in de Dauerwald-gedachte, waarbij er een continue bosbedekking wordt nagestreefd. Een derde van de oogst wordt op stam verkocht aan particulieren als brandhout. De rest van het hout wordt via de houthandel vermarkt. Graaf Nesselrode tracht in de overwegend dennen- en eikenopstanden de stabiliteit en houtvoorraad te verhogen door schaduwverdragende (meer productieve) soorten als douglas, beuk en reuzen zilverden in te brengen. Deze schaduwverdragende soorten passen bovendien beter in het Dauerwaldsysteem, aangezien lichtminndende soorten moeilijk verjongen onder een gesloten kronendank. Verder wordt er gewerkt aan het verhogen van de houtkwaliteit door het opsnoeien van toekomstbomen. De deelnemers werden op Gut Hombusch ook getrakteerd op de nodige cultuurhistorische verrassingen. In het bosgebied liggen namelijk diverse restanten (putten en ondergrondse kanalen) van de Romeinse Eiffelwaterleiding die tussen 100 en 350 na Chr. is gebruikt. Verder is er nog een door waterkracht aangedreven elektriciteitscentrale uit begin twintigste eeuw, waarmee het toenmalige landhuis van elektriciteit werd voorzien.

Aanplant van zoete kers in kleine kalamiteitsgaten moeten zorgen voor hoogw…
Aanplant van zoete kers in kleine kalamiteitsgaten moeten zorgen voor hoogwaardig kwaliteitshout. Foto Etiënne Thomassen

De volgende dag werden de deelnemers rondgeleid in de boswachterij Knechtsteden van de staat Nordrhein-Westfalen. In deze boswachterij op rijke bodem in de Duitse Rijnvlakte wordt al 30 jaar natuurvolgend bosbeheer toegepast. De boswachterij bestaat hoofdzakelijk uit loofhout (es, esdoorn, populier, kers etc.). Men richt zich in het beheer vooral op de teelt van kwalitatief hoogwaardig veelal meereisend loofhout (Edellaubholz) in combinatie met recreatie en natuur. Aangezien de markt voor loofhout zeer trendgevoelig is, streeft men ernaar om in het bos een breed pallet aan (oogstbare) loofhoutsoorten voorhanden te hebben. Ook in dit bos wordt er alleen geoogst door middel van dunningen en uitkap. Elk jaar wordt een vijfde van de oppervlakte gedund. Hiervoor heeft men een grid van vaste dunningspaden die om de 40 meter liggen. Dit is overigens ook een eis vanuit de Duitse FSC-standaard, die ook voor dit staatsbos geldt. Men past in principe geen groepenkap of kaalkap toe. Wanneer er door calamiteiten toch een klein gat ontstaat, wordt dit ingeplant met zoete kers. Deze soort brengt de hoogste opbrengsten en kan zo in het systeem gehouden worden. Men hanteert het Dauerwald principe. Dit betekent niet alleen dat er een continue kroonbedekking is, maar volgens de excursieleiders houdt dit ook in dat men het bos voortdurend (dauernd) moet verzorgen. De verjonging vindt plaats door middel van natuurlijke verjonging en (waar nodig) planten. Daarnaast worden toekomstbomen tot 10 meter hoogte opgesnoeid om noestvrije stammen te krijgen. Hiervoor gebruikt men het zogenaamde "€˜Distel-Steckleitersystem"€™. Dit is een systeem waarbij een ladder (in verschillende delen) tegen de boom wordt aangebonden en de snoeier naar boven kan klimmen.

Een filmpje van het Distel-Steckleitersystem op YouTube.

In de middag werd een bezoek gebracht aan het bos van de stad Rheinbach. De bosbeheerder leidde de deelnemers rond langs diverse fraaie gemengde opstanden van grove den, douglas, lariks, beuk, eik en andere loofhoutsoorten.

Droog Eiken/Speierling(Peervormige lijsterbes) bos in het Stadsbos van Bad Münstereiffel
Droog Eiken/Speierling bos in het Stadsbos van Bad Münstereiffel. Foto Etiënne Thomassen

Op de laatste dag van de excursie werden deelnemers rondgeleid in één van de boswachterijen van de stad Bad Münstereifel. De bossen bestaan voor het grootste deel uit eik, beuk en fijnspar. Productie van eikenkwaliteitshout is een belangrijke inkomstenbron. Jaarlijks wordt minimaal één vrachtwagen eik van hoogste kwaliteit naar de houtveiling gebracht. Het verjongen van deze eikenopstanden zijn momenteel een punt van zorg. Er wordt geprobeerd om met behulp van rasters stamtalrijke eikenverjongingen van de grond te krijgen. Naast problemen met wild worstelt men ook met het vraagstuk hoe om te gaan met de toename van beuk ten opzichte van eik. De fijnsparbossen worden -ondanks ook hier goede inkomsten-€“ langzaam omgebouwd naar Dauerwald. Naast inkomsten uit de houtverkoop heeft de stad nog een andere belangrijkste inkomstenbron ontdekt: de natuurbegraafplaats. Een bijna 200-jarig wintereikenbos is door de stad aangewezen als Friedwald, waar de as van overledenen in composteerbare urnen mag worden begraven bij een boom. De kosten voor een plek variëren van €770,- voor een zogenaamde Gemeinschaftsbaum tot €6.150,- voor een zogenaamde Familienbaum. In het bos mogen geen gedenktekens worden geplaatst. Alleen aan de boom hangt een klein gedenkplaatje met de naam van de overledene. Zo maakt deze natuurbegraafplaats qua uiterlijk nog steeds onderdeel uit van het omliggende bos. Een andere bijzonderheid van het Stadtwald Bad Münstereiffel is dat het de voor Duitsland belangrijkste groeiplaats is van de zeer zeldzame Speierling (Sorbus domestica, Peervormige lijsterbes).

De deelnemers kijken terug op een geslaagde excursie en danken de Duitse collega"€™s voor de zeer gastvrije ontvangst.

Meer foto's zijn te zien in de Picasa-albums van Martijn en Uwe

Reacties

Er zijn nog geen reacties.