Home >> Artikelen >> Remote sensing in bos- en natuurbeheer

Artikelen

Verslag symposium 5 januari 2016

Remote sensing in bos- en natuurbeheer

Een Verslag van de Commissie natuurlijke verjonging door Nils Rutjes
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

In welke vorm kan deze vooruitgaande techniek worden toegepast in beheer van bos- en natuurgebieden? En ook: Hoe maken bedrijven gebruik van deze techniek? Deze vragen stonden centraal tijdens het symposium ‘Remote sensing in bos- en natuurgebieden’ dat de commissie Natuurlijke Verjonging op 5 januari organiseerde in samenwerking met studievereniging LaarX in Velp.

Aanleiding voor deze bijeenkomst was de aanname dat de wetenschap grote stappen maakt in het verbeteren van remote sensing technieken om bossen en natuurgebieden in kaart te brengen. Echter deze technieken worden nog gering toegepast door bos- en natuurbeherende organisaties.

Harm Bartholomeus, werkzaam voor de WUR, presenteerde toepassingen van remote sensing in vegetatie onderzoek. Daarnaast gaf hij ook een overzicht in het gebruik van Lidar en Drones in bosbeheer. Inventarisatie en monitoring van natuurgebieden wordt met toenemende mate uitgevoerd met remote sensing. Door stralingsgegevens uit satellietbeelden te analyseren kunnen verschillen in vegetatietypen, bodemkwaliteit en vegetatiestress worden waargenomen. Met behulp van rode en infrarode banden uit satellietbeelden te gebruiken kan een NDVI worden berekend. Een vegetatie index die omschrijft hoeveel levende vegetatie ergens staat. Door satellietbeelden uit eenzelfde gebied te vergelijken kunnen zelfs ruimtelijke verschuivingen in boom- en plantsoorten, alsmede bedekking, worden waargenomen. In een tijd waarin klimaatverandering en ontbossing plaatsvinden is remote sensing een nieuw middel om dit in kaart brengen.

Bosbeheertechnisch benadrukt Harm het gebruik van Lidar en Drones. Lidar is een techniek waarbij door middel van laserscanning puntwolken kunnen worden geproduceerd. Hiermee kunnen kroonhoogte, biomassa, bedekking, boomhoogte en grondvlak worden berekend. Dit kan echter een tijdrovende aanpak zijn. Daarnaast zij er Drones, vliegende sensoren, die de vitaliteit van bomen kunnen meten aan de hand van chlorofyl metingen en zelfs inzetbaar zijn tijdens bewolking.

Hans Roelofsen, werkzaam bij Shell, focuste zijn presentatie op het gebruik van remote sensing ter ondersteuning van ecologische modellen en het monitoren van landschapsverandering. Remote sensing data kan als alternatieve bron van invoergegevens worden gebruikt in modellen om voorspellingen te kunnen doen over verschuivende vegetaties. De ruimtelijke resolutie van satellietbeelden wordt aldoor nauwkeuriger en dus bruikbaar voor het modelleren van vegetatie en groeimodellen. Ook benadrukt Hans de hoedanigheid waarmee remote sensing steun kan bieden in het monitoren van overstromingsgevoeligheid van een gebied en of het lekken van ongewenste stoffen in natuurgebieden.

Na de presentaties werd er gediscussieerd over de tijdrovende bezigheid en kosten van Terrestrial Lidar in bosbeheer. Meningen hierover liepen uiteen. Sommigen uit het publiek beschouwen Lidar als een potentiële methode om een grondvlak te berekenen waar anderen deze aanpak tijdrovend beschouwen. Ter afsluiting werd nog benaderd dat het gebruik van remote sensing door het bedrijfsleven kan bijdragen aan de ontwikkeling van deze techniek en derhalve kan bijdragen aan het beschermen van de natuur en het beheren van bossen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.