Home >> Artikelen >> Stormschade in bossen

Artikelen

Verslag voorjaarsexcursie Pro Silva 2007

Stormschade in bossen

Een Verslag van Pro Silva door Martijn Boosten en Renske Schulting
Met bijdragen van Yves Martens, Steven van der Meulen, Michiel Houtzagers, René Olthof en Reijer Knol
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Op 9, 10 en 11 mei jl. vond de Pro Silva voorjaarsexcursie plaats. Naar aanleiding van de storm van 18 januari was gekozen voor het thema "€˜Stormschade in bossen"€™. Tijdens de excursies zijn door storm getroffen naaldhoutopstanden op het landgoed Majuba/Scherpenberg van het Geldersch Landschap bezocht. Deze opstanden varieerden van een monocultures van Grove den en Douglas tot een menging van Grove den met Fijnspar of met Douglas. De centrale vragen tijdens de excursie waren: Wat zijn de effecten van de storm? Hoe kan er vanuit een Pro Silva benadering worden omgegaan met de stormschade? Moet er bijvoorbeeld stormhout worden geruimd of niet?

Bij de voorbereiding van de excursies leken juist de dikkere bomen te zijn omgewaaid. Dit verraste de voorbereiders. Daarom is voorafgaand aan de excursie met een kleine enquête gepeild hoe de deelnemers en discussieleiders dachten over de relatie tussen blessen, toekomstbomen en de stabiliteit (stormgevoeligheid) van bossen. De enquête is ingevuld door 70 mensen. Uit de resultaten bleek onder meer dat de mensen die bij het blessen een stabieler bos nastreven met name de vitalere bomen met een diepere kroon en een betere stamkwaliteit vrijstellen. Ook waren zij duidelijk meer van mening dat menging en variatie in het kronendak het bos stabieler maken. De discussieleiders, die de excursie hadden voorbereid en vooraf al veel hadden gediscussieerd in het door storm getroffen bos, kozen het daarentegen veel minder voor het gebruik van de toekomstbomen-methode en meenden dat bomen met een ondiepe kroon minder snel omwaaien. De discussieleiders vonden het vooral belangrijk om ruimte te geven aan bomen die het bos stabiel maken en vitaler zijn dan de rest van de opstand.

Tijdens de excursies werd gediscussieerd over de relatie tussen de stormgevoeligheid van bossen, de omvang van de bomen en de opstandstructuur. De algehele conclusie was dat de bossen door het beheer van de laatste 30 jaar een meer heterogene structuur hebben gekregen en daardoor minder gevoelig voor storm zijn geworden. Plaatselijk waren op Majuba veel bomen omgewaaid, maar over alle opstanden bezien vond men de schade meevallen. In de bezochte opstanden waren veelal de zwaardere (toekomst)bomen omgewaaid, terwijl veel deelnemers hadden verwacht dat dit juist de stabielere exemplaren waren.

Veel van de getroffen opstanden waren recentelijk (tot ca. 4 jaar geleden) gedund. Er werd gediscussieerd hoe lang de (recent) uitgevoerde dunningen de stormgevoeligheid van een opstand vergroten. Hoewel de meeste deelnemers verwachtten dat de stabiliteit van een opstand zich binnen enkele jaren na een dunning hersteld, leek uit de waarnemingen tijdens de excursie dat dit in de praktijk veel langer kan zijn.

De groep van vrijdag 11 mei in een door stormschade getroffen Douglasopstan…
De groep van vrijdag 11 mei in een door stormschade getroffen Douglasopstand.

Op de vraag hoe men na de storm verder moest met het bos, vonden veel deelnemers dat het stormhout waar mogelijk geruimd moest worden. De storm had immers een extra oogst geboden en in veel gevallen vond men het kapitaalvernietiging om dit hout te laten liggen. Dit idee leefde zeker bij enkele dikke mooie rechte omgewaaide Douglassen. De neiging tot oogsten werd versterkt door de huidige hoge houtprijzen. Ook op plekken waar het stormhout geclusterd lag en er door de kriskras verspreide stammen verwachtte men problemen met de toekomstige exploitatie vond men het de moeite waard om het hout te ruimen. Hier werd bovendien op het belang van vaste uitrijpaden gewezen. Toch werd er ook op gewezen dat de omgewaaide bomen een goede aanleiding waren om het aandeel dood hout te verhogen. Verder leken de door de storm ontstane of vergrote gaten in het kronendak een mooie kans om natuurlijke verjonging van de grond te krijgen en zo de menging van een opstand te verhogen.

Al met al werd de stormschade niet als rampzalig ervaren. Men concludeerde dat er veel is gebeurd wat men eigenlijk niet had verwacht. De vaak dikkere bomen waren bijvoorbeeld omgewaaid, terwijl voor de storm juist aan die bomen stabiliteit werd toegekend. Duidelijk was dat de schade door storm niet goed te voorspellen of te voorkomen is. Bomen en opstanden die vitaal en stabiel lijken, kunnen zomaar ten prooi vallen aan een storm. Eén van de deelnemers vatte dit zeer treffend samen met de woorden: "€œOok de beste koe gaat eens dood"€. De meeste deelnemers zagen in de schade vooral goede aanknopingspunten om de opstand een betere functievervulling te geven door een extra houtoogst, het verbeteren van de structuur of het verhogen van de natuurwaarde. Vanuit Pro Silva oogpunt is het gebruik van natuurlijke processen zoals windworp om je beheerdoelen te halen uiteraard alleen maar toe te juichen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.