Home >> Artikelen >> Van appelboom tot toekomstboom

Artikelen

Verslag voorjaarsexcursie Pro Silva 2015

Van appelboom tot toekomstboom

Een Verslag van Pro Silva door Yves Martens, Anton Vos en Peter Stouten
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

Op 20, 21 en 22 mei 2015 vond de Pro Silva voorjaarsexcursie plaats. Ditmaal waren we te gast in de gemeentebossen ’t Zand in Alphen-Chaam (NB) om te discussiëren over ‘appelbomen’ en toekomstbomen, over QD-bomen, kastanjehakhout en groeischeuten. Ongeveer 70 bosliefhebbers uit Nederland en Vlaanderen, hebben verspreid over de drie dagen gepraat over bosontwikkeling en toekomstbomen. Het doel was om de toekomstboom weer nader te bekijken en te praten over timing van de eerste maal vrijstellen, groeiritmes en gewenste ‘einddoelen’ en bosbeelden. De gemeentebossen van Chaam worden met creatieve en innovatieve ingrepen omgevormd van vlaktegewijs bos naar een meer gemengd en gevarieerd bos. Recreatie en natuur zijn belangrijke functies, hier wordt duidelijk op gestuurd. Maar het bos moet ook z’n eigen broek ophouden, dus ja, houtproductie speelt ook een rol. Een ideale bestemming dus voor een Pro Silva excursie!

Het eerste punt dat werd bezocht was een vrijwel ongemengde en gelijkjarige grove dennenopstand van bijna 30 jaar oud. Als eerste ingreep zijn op 23jarige leeftijd dunningspaden aangelegd. De discussie kwam meteen goed op gang. Ja, er is voldoende kwaliteit te selecteren, maar zijn we hier nog op tijd met een eerste dunning? Voor kroonontwikkeling en vitaliteit hadden toekomstbomen al eerder vrijgesteld mogen zijn. Het aardige was dat er niet alleen jonge rechte fijnbetakte toekomstbomen werden aangewezen maar ook oudere en/of mengbomen werden aangewezen om deze vast te leggen voor structuur en menging in het toekomstige bos.

Het eerste discussiepunt
Het eerste discussiepunt: een vrijwel ongemengde en gelijkjarige grove dennenopstand van bijna 30 jaar oud. Foto Yves Martens.

Het tweede excursiepunt was voor velen bijzonder omdat het bosbeeld in Nederland weinig voorkomt. Hier is onder een scherm van oudere grove den in 1998 tamme kastanje aangeplant. De grove den had destijds zwaar te lijden van aantasting door de Brunchorstia-ziekte na hagelschade, waarna de kastanje is ingebracht. Een deelnemer weet te melden dat in deze fase opgepast moet worden met ringscheuren, tamme kastanje is daar gevoelig voor. Als je gaat dunnen, doe dat dan voorzichtig! Men is te spreken over de kwaliteit van deze kastanjes en de toepassingen van het duurzame hout dat deze kastanjes kunnen voortbrengen. Het bleek goed mogelijk om zowel in het scherm van grove den als in de tweede etage van tamme kastanje toekomstbomen aan te wijzen Hoe ga je met het scherm om, wanneer en in welke mate haal je het weg, hoe haal je het weg, hoelang kun je nog profiteren van de bijgroei van het scherm, veroorzaakt het scherm verminderde kwaliteit en vitaliteit van de onderetage? Kortom, veel vragen, maar gelukkig werden tijdens de excursie ook veel antwoorden gevonden.

Het derde excursiepunt was nog een stuk ingewikkelder: Dennenbos van redelijk tot goede kwaliteit met een onderetage tussen de 2 en 10 meter hoog bestaande uit vele soorten, ieder met een eigen groeiritme. Voor het handhaven van de menging en structuur werd in eerste instantie het aanwijzen van toekomstbomen in elke etage belangrijk en handig gevonden. Opvallend was dat op de ene locatie het lastig kiezen was tussen potentiële toekomstbomen en dat op andere plekken het erg lastig bleek daadwerkelijk goede toekomstbomen te vinden. Wanneer is een toekomstbomendunning dan een juiste keuze? Omdat de bijgroei van de grove den sterk is teruggelopen, is er bij de deelnemers weinig animo om met deze soort door te gaan, ondanks de kwaliteit.

Het kiezen van potentiële toekomstbomen
Het kiezen van potentiële toekomstbomen. Foto Yves Martens.

Na een heerlijke lunch werd in de middag dieper ingegaan op het benutten van kansen in de nevenetage. Tijdens de discussie kwamen alle aspecten van het aanwijzen van toekomstbomen aan bod met als een van de leidende thema’s: investeren in de toekomstboom. Daartoe werden opstanden bezocht waar al ingrepen en investeringen zijn gedaan voor het bos van de toekomst. Denk hierbij aan het aanwijzen van dunningspaden, selecteren en opsnoeien van kansrijke eiken in de tweede boomlaag, klepelen, aanplant met en zonder groeikokers. De investeringen werden door de deelnemers als realistisch gezien als men een vlaktegewijs aangelegd (homogeen) bos wil ontwikkelen richting een gemengd en gelaagd bos.

Deelnemers bekijken een opstand waar de QD-methode wordt toegepast
Deelnemers bekijken een opstand waar de QD-methode wordt toegepast. Foto Yves Martens.

Het tweede excursiepunt in de middag liet een uitvoering van de QD-methode zien. In het kort komt deze methode er op neer dat een gering aantal bomen in een opstand op een vroeg tijdstip wordt geselecteerd en vrijgesteld. Alle ingrepen die jaren daarna in die opstand worden uitgevoerd zijn ten gunste van deze QD-bomen (een beknopte uitleg over deze methode is te lezen op de website http://www.limburg.be/qdmethode). De opstanden die werden bezocht leidden tot flinke discussies; men schrok van de forse ingreep en vroeg zich af of je, nadat je QD-bomen zijn vrijgesteld je nog aanvullend mag dunnen. En hoe om te gaan met verschillende boomsoorten? Alhoewel er al veel is geschreven en gesproken over deze methode, hadden nog maar weinig mensen de praktische uitwerking met eigen ogen gezien. Voor veel deelnemers was dit daarom een leerzaam bezoek!

De organisatie kijkt terug op drie interessante en leerzame excursiedagen waarin uitgebreid is gediscussieerd over het selecteren van toekomstbomen en het nut van investeren in toekomstbomen.

Van de excursie is door Yves Martens een interactieve Story Map gemaakt. Deze is hier te vinden.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.