Home >> Artikelen >> Zoniënwoud

Artikelen

Buitenlandexcursie op vrijdag 3 juni 2005

Zoniënwoud

Een Verslag van de Commissie buitenland door Reijer Knol
Gepubliceerd op . Er zijn geen reacties.

De gehele dag te gast in de houtvesterij Groenendaal waarvan het Zoniënwoud onderdeel uitmaakt, onder leiding van de houtvester Patrick van Huvenne (http://www.bosengroen.be). Eerst het bosmuseum "€œJan van Ruusbroec"€ en het arboretum bezocht welke laatste ruim tachtig jaar geleden in rechthoekige blokken is aangelegd en waarbij elk blok een boomsoort vertegenwoordigd. De bedoeling hiervan was om te kijken welke boomsoorten geschikt zijn voor het Zoniënwoud.

Houtvester Patrick van Huvenne in het arboretum van het Zoniënwoud
Houtvester Patrick van Huvenne in het arboretum van het Zoniënwoud. Foto Meino Lumkes

Nu dat niet meer nodig is wordt het omgevormd tot een parkachtig geheel waarbij de verschillende boomsoorten landschappelijke zo fraai mogelijk te beleven zijn. Enige exoten die opvallend goed groeien zijn de Libanon ceder en de Sequoia giganticum. Ook een vrijstaande zeer vitale populus canadensis viel op met een hoogte van 43m en een omtrek van 5,85m.

Een populier (Populus canadensis), met een omtrek van 5,85 meter en 43 mete…
Een populier (Populus canadensis), met een omtrek van 5,85 meter en 43 meter hoog, in het arboretum van het Zoniënwoud. Foto Meino Lumkes

Het Zoniënwoud is 4500ha. groot en ligt pal tegen Brussel aan. Het wordt beheerd door vier beheerders waarvan Het Vlaamse deel het grootst is met 2500ha. Er zijn 11 boswachters die zowel uitvoerderende als toezichthoudende taken hebben. Er komen jaarlijks 2 miljoen bezoekers. Het bos heeft een multifunctioneel doelstelling behalve twee bosreservaten (26 en 106ha.). De houtvester stuurt deze boswachters rechtstreeks aan. <br/> Het bos bestaat voor 70% uit beuk, 13% eik en de rest diverse loof- en naaldboomsoorten waarvan de oudste opstanden 250 jaar oud zijn. Middels verjongingen zal dit op de lange termijn 30% beuk, 60% eik en 10% overige boomsoorten worden. <br/> Opvallend is dat het bos als het wordt opgedeeld in 5 jaarklassen van elk 35 jaar elke jaarklasse tot en met de leeftijd van 205 jaar min of meer in dezelfde mate vertegenwoordigd is. Het bos wat 205 en ouder is omvat ruim 22ha.<br/> Op het oog is de kwaliteit van beuk en eik uitstekend. Zelden zulke lange (ongeveer 40) en kaasrechte beuken gezien met een takvrij stamstuk variërend van 10 tot 20m en een dbh tussen de één en anderhalve meter!

Een van de beuken van het Zoniënwoud; lang en recht
Een van de beuken van het Zoniënwoud; lang en recht. Foto Meino Lumkes

De kap van deze beuken en eiken wordt bepaald door de vitaliteit. Loopt deze zichtbaar terug dan worden de bomen geveld. Er wordt jaarlijks 11.000m³ geoogst wat erop neerkomt dat ongeveer 5m³/ha/jr. geoogst wordt wat gelijk is aan de jaarlijkse bijgroei per hectare per jaar. Het gehele bos is opgedeeld in "€œhouwen"€, rechthoekige stukken bos van 20ha., die elke 8 jaar in onderhoud genomen worden. Komt er verjonging in voor dan wordt deze elke 4 jaar nagelopen. Elk jaar wordt er 7ha. verjongd. Dit is een groepenkap waarbij de groepen kleiner dan een halve hectare natuurlijk worden verjongd (lukt dit niet binnen 5 jaar dan worden ze alsnog aangeplant) en de groepen groter dan een halve hectare worden standaard ingeplant. De natuurlijke verjonging komt moeizaam van de grond door drie oorzaken, verzuring van de bovenlaag, de door de eeuwen heen samengedrukte bodem en op veel plaatsen een voor de boomwortels moeilijk te doordringen bodemlaag. Deze laag veroorzaakt een vlakworteling waardoor er veel windworp optreedt. Het was opvallend om te zien dat de verjongingvlakten van een paar jaar oud en kleiner dan een halve hectare voor een deel waren volgelopen met esdoorn. Om nu toch een natuurlijke verjonging van beuk te krijgen wordt, bij een beukenmast jaar, de bodem in het late najaar geploegd. Dit heeft tot goede resultaten geleid. Enerzijds kan het zaad dan niet worden opgevreten door vooral de duiven en anderzijds wordt de zure bovenlaag doorbroken.

De stempel die op gebleste stammen wordt geslagen
De stempel die op gebleste stammen wordt geslagen Foto Meino Lumkes

Geplant wordt er inmiddels beuk, eik (gemengd met haagbeuk), linde, es, esdoorn, kers, tamme kastanje, veldesdoorn, lijsterbes, els en wilde appel. Alles wordt groepsgewijs geplant terwijl de haagbeuk overal individueel gemengd mee geplant wordt. Haagbeuk heeft hierbij het voordeel dat het in staat is om de moeilijk te doordringen onderlaag te doorbreken waarna de andere boomsoorten met hun wortels kunnen volgen. Struiksoorten worden in de randen geplant.

Al het hout wordt op stam verkocht waarbij elke boom geblest wordt met een kapbijl waarmee tegelijk een stempel in de blesplek wordt geslagen.

Kruinen en ander takhout plus de voor zaaghout niet geschikte bomen worden als brandhout of aan de spaanplaatindustrie verkocht. Dood hout en/of takhout zijn in het bos vrijwel niet aanwezig behalve de bijna 600 dikke bomen (beuk en eik met een gemiddelde inhoud van 6m³) die strikt hiervoor gereserveerd zijn.

Reacties

Er zijn nog geen reacties.