Een belangrijk kenmerk van de populier is het vermogen om klonen te vormen, bijvoorbeeld door worteluitlopers zoals bij de ratelpopulier of door vorming van adventiefwortels op afgevallen twijgen (stekken). Het woord kloon is afgeleid van het Griekse woord ‘twijg’. Een kloon is de verzamelnaam voor alle bomen, die door ongeslachtelijke, vegetatieve vermeerdering van één enkele ouderboom zijn verkregen. Door zowel zaden als klonen te kunnen vormen kan de populier zich uitbreiden op de huidige standplaats maar zich ook op nieuwe standplaatsen vestigen.
Klonaal vermeerderde populieren zijn exacte genetische kopieën van de ouderplant. In sommige gevallen groeide de oorspronkelijk ouderboom millennia geleden, zo is het “grootste organisme” op aarde een populierenkloon bekend onder de naam Pando. Deze kloon van de Amerikaanse ratelpopulier (P. tremuloides) heeft zich via natuurlijke vegetatieve vermeerdering kunnen uitbreiden over 43 ha! Rassen van populier worden klonaal vermeerderd, waarbij de oorspronkelijke boom soms honderden jaren geleden groeide. Klonaal vermeerderde bomen hoeven niet altijd 100% te lijken op de oorspronkelijke ouderplant; kleine morfologische verschillen kunnen optreden onder andere door externe omstandigheden.