Ziekten

Populierenroest – Melampsora spp.

Aantasting door de roestschimmel is te herkennen aan de gele vlekjes op de onderkant van de bladeren die soms in juni al verschijnen. Dit zijn de vruchtlichamen die de zomersporen produceren waarmee de ziekte zich verspreidt in de kroon. De aantasting begint onder in de kroon en trekt langzaam omhoog. In het najaar verschijnen op de bovenkant van de aangetaste bladeren bruinzwarte korstjes. Dit zijn de vruchtlichamen die de wintersporen produceren waarmee in het voorjaar de tussenwaardplant (bij veel populierenroestschimmels is dat de lariks) wordt aangetast. Op de lariks vormen zich vervolgens vruchtlichamen met bekersporen die het populierenblad aantasten. En daarmee is de levenscyclus van de schimmel rond. Bij sterke aantasting kan het blad verdorren en voortijdig afvallen. Bij vroege, heftige bladval vormt de boom soms nog nieuw blad in hetzelfde jaar. Ernstige roestaantastingen zorgen voor aanzienlijke groeivermindering. Bovendien leidt het bij regelmatige (jaarlijkse) aantasting tot vitaliteitsvermindering en daardoor een verhoogde kans op aantasting door gelegenheidsparasieten zoals bastbrand.

De schade door roest neemt toe naarmate de infectie vroeger in het groeiseizoen van de boom aanvangt. Een verminderde vitaliteit kan leiden tot secundaire aantastingen van zwakteparasieten, zoals schorsbrand (oude naam: Dothichiza, tegenwoordig: Cryptodiaporthe). Incidenteel kunnen bomen afsterven.

In de loop der jaren staken binnen eenzelfde roestschimmelsoort wel eens nieuwe ’typen’ (fysio’s) de kop op, die in staat waren om de resistentiebarrières van sommige op dat moment tolerante rassen te doorbreken, waardoor ze van het ene op het andere jaar wél gevoelig werden. Bij het selectie- en veredelingsonderzoek worden de nieuw te introduceren rassen dan ook getest op alle bekende fysio’s van de roestschimmel.

Roestaantasting kan theoretisch worden voorkomen door het opruimen van afgevallen, geïnfecteerde bladeren. Maar dit is in een bossituatie geen praktische optie. In ieder geval is het van belang om geen gevoelig rassen aan te planten in de buurt (een straal van enkele kilometers) van bestaande lariksbeplantingen. Daarmee wordt effectief ingegrepen in de levenscyclus van de schimmel. Chemische bestrijdingsmiddelen werden vroeger soms nog wel gebruikt op kwekerijen, maar worden tegenwoordig niet meer toegepast vanwege veranderde inzichten in de milieu-impact van het gebruik van (de meeste) pesticiden. In de praktijk is roest een aantasting die bij wijze van spreken gewoon bij de populier hoort en in de praktijk bij gebruik van de tegenwoordig aanbevolen rassen (zie rassenlijstbomen.nl) geen desastreuze gevolgen hoeft te hebben.

Populierenroest

Bacteriekanker (Xanthomonas populi) 

Bacteriekanker kent vele verschijningsvormen, die worden gekenmerkt door wratachtige, min of meer langgerekte, onregelmatige verdikkingen op stam of takken, die zowel open als gesloten kunnen zijn. De kankers zijn onregelmatig van vorm en kunnen op dikke takken en de stam een omvang van enkele tientallen centimeters bereiken en vele jaren oud worden. De neerwaartse sapstroom kan erdoor worden afgesnoerd, waardoor delen van de kroon of soms zelfs de hele boom kunnen afsterven. Vooral dunnere takken worden vaak afgesnoerd. Bomen met grote kankers kunnen echter nog jarenlang in leven blijven en daardoor een potentiële infectiebron zijn voor gezonde populieren in de naaste omgeving.

De bomen worden in het voorjaar geïnfecteerd via de littekens van afgevallen steunblaadjes en knopschubben. In april/mei vindt vanuit de kankers slijmvorming aan jonge takkankers en aan randen van oudere kankers plaats. Vooral bij regenachtig weer is dit goed zichtbaar. Dit slijm bevat grote hoeveelheden bacteriën die, verspreid door wind en regen, de ziekte op andere bomen kunnen overbrengen via de littekens van de afgevallen knopschubben, maar vooral via de littekens van de steunblaadjes.

Naast deze voorjaarsinfectie, die als voornaamste moet worden beschouwd, kan soms in de nazomer een tweede infectieperiode voorkomen, waarbij dan de littekens van de afgevallen bladeren als entree voor de bacterie fungeren. Na geslaagde infectie kunnen al na zes maanden nieuwe kankertjes worden waargenomen, die meestal in het volgende voorjaar al bacterieslijm produceren. Aantasting vindt vooral plaats bij bomen die ouder zijn dan 10 jaar. Door aangetaste bomen op te ruimen, kan de kans op bacteriekanker verminderd worden. Bij de selectie en veredeling van populieren is ook de gevoeligheid voor bacteriekanker punt van aandacht geweest. Gevoelige rassen zijn gaandeweg in onbruik geraakt en het huidige aanbevolen sortiment is gemiddeld genomen voldoende tolerant voor de ziekte.

Bacteriekanker in populier

Bladvlekkenziekte – Marssonina spp.

De bladvlekkenziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Marssonina met Marssonina populi als belangrijke vertegenwoordiger. Deze veroorzaakt, afhankelijk van de schimmelsoort en het populierenras dat erdoor wordt aangetast, 4-5 mm grote olijfkleurige vlekken of ongeveer 1 mm grote zwarte stippen op de bladeren, de bladstelen en zelfs op de onverhoute scheuten. Soms vloeien de stippen samen tot grotere vlekken. Door de snelle uitbreiding van deze stippen en/of vlekken treedt vroege bladval op. De aantasting begint in de loop van juli onderaan de kroon en trekt langzaam omhoog, totdat tenslotte alleen boven in de kroon nog bladeren voorkomen. Een regelmatig (jaarlijks) optredende aantasting vermindert de vitaliteit van de boom, wat zich uit in groeivermindering, taksterfte en algehele degeneratie. Dit kan eindigen met de dood van de boom. De primaire infectie vindt plaats in het voorjaar tijdens het uitlopen van de populieren, door de sporen van de vruchtlichamen die in het afgevallen blad overwinteren. Evenals bij een roestaantasting kan een aantasting door de bladvlekkenziekte theoretisch worden tegengegaan door het opruimen van afgevallen, geïnfecteerde bladeren. Maar dit is in een bossituatie geen praktische optie. Van het huidige aanbevolen populierensortiment is de gevoeligheid voor Marssonina bekend en hiermee kan rekening worden gehouden bij de keuze voor het (meest) geschikte ras.

Bastvlekkenziekte (oorzaak onbekend)

Op de stam en de dikke takken verschijnen in het voorjaar blaasvormige, één tot drie centimeter grote opzwellingen van de bast. Deze blaasjes bevatten een bruinachtige vloeistof. Bij het aansnijden blijkt de bast onder deze aantastingen dood en eveneens donkerbruin, terwijl het aangrenzende houtgedeelte roodbruin van kleur is. Door de diktegroei van de boom scheuren de dode plekken overlangs open. Op de dwarse doorsnede van de stam zijn vooral de T-vormige littekens opvallend. Een aangetaste plek overgroeit binnen een groeiseizoen, maar de aantastingen blijven zichtbaar aan de donkerbruine, vezelige gescheurde dode bast. Ieder jaar kunnen weer nieuwe bastvlekken worden gevormd, zodat de stam een geschonden uiterlijk krijgt. De schade is vooral van betekenis wegens de vermindering van de kwaliteit van het hout. De ziekte treedt vooral op in dichte plantverbanden, en zal minder van betekenis zijn wanneer er tijdig wordt gedund.

Blad- en twijgziekte of zwarte vlekkenziekte (Pollaccia radiosa (syn. Venturia macularis))
Deze ziekte komt vooral voor op jonge bomen van de sectie Leuce. Op de bladeren van populieren ontstaan min of meer hoekige, onregelmatige gevormde zwarte bladvlekken, die zich geleidelijk uitbreiden en het gehele blad tot afsterven brengen. Vaak groeit de schimmel via de bladsteel in de jonge scheut, die zwart verkleurt en verdroogt, terwijl de top zich haakvormig kromt. Op de bladvlekken en op de afgestorven scheuten worden tijdens het gehele groeiseizoen olijfbruine sporenmatten gevormd. Infectie vindt in het voorjaar plaats. Verspreiding van Pollaccia ziekte vindt vooral plaats in koude en natte zomers.

Schorsbrand (Cryptodiaporthe populea (oude naam: Dothichiza populea))
Schorsbrand is een secundaire aantasting, dat wil zeggen dat de schimmel alleen een kans krijgt als de boom door een andere oorzaak is verzwakt. In oudere opstanden kan schorsbrand bijvoorbeeld sterk optreden als de opstand te laat wordt gedund en de bomen dus niet optimaal groeien door een toenemende concurrentie om voedingsstoffen en water. De parasiet is altijd aanwezig, maar wordt pas actief na een verlaging van het vochtgehalte van de bast. De eerste verschijnselen van Dothichiza-aantasting openbaren zich meestal in mei/juni als vergeling of verwelking van de bladeren aan verspreide takken of in delen van de kroon. Dit wordt gevolgd door taksterven en in ernstige gevallen afsterven van de gehele boom. Deze verschijnselen ontstaan door het voorkomen van ingezonken plakken (schorsbranden) op stammen en takken, vaak op de grens van twee jaarscheuten, waardoor de neergaande sapstroom wordt afgesneden. In het voorjaar en de zomer ontwikkelen zich op de afgestorven bast ongeveer 1 mm grote zwarte vruchtlichamen. De schimmel verspreidt zich, net als bij roest, via geslachtelijke en ongeslachtelijke sporen. Infectie vindt in het voorjaar plaats via littekens van knopschubben en bladeren. Schorsbrand kan worden voorkomen door een goede conditie van de populier te bevorderen, bijvoorbeeld door tijdig te dunnen.

Schorsbrand in populier

Overige ziekten
Mozaïekvirus, dat een lichtgekleurd ‘netwerk’ van vlekjes op het blad veroorzaakt, kan bladval en groeireductie (tot 50%) tot gevolg hebben. De eerste symptomen worden in het voorjaar ongeveer twee maanden na het uitlopen waargenomen. Het populierenmozaïek wordt door een virus veroorzaakt. De aantasting is vooral op kwekerijen van belang. Aangetaste bomen moeten worden verwijderd. Bij aanplant moet worden uitgegaan van virusvrij plantmateriaal.

Heksenbezemziekte, veroorzaakt door een mycoplasma-organisme (MLO), kan sterke groeiremming tot gevolg hebben. De verspreiding gebeurt via cicaden. De aantasting komt weinig voor, en dan vooral op witte en grauwe abelen, en is als regel niet zo omvangrijk dat er serieus rekening mee moet worden gehouden bij de rassenkeuze.

Bobbelziekte (Taphrina populina) is een betrekkelijk ongevaarlijke schimmel die talrijke goudkleurige, later bruine blaasjes vormt op de bladeren. Bij sommige klonen kunnen ook de toppen van de jonge scheuten worden aangetast, waardoor deze krom groeien en insterven. De verschijnselen worden vaak met die van roest verward.